De mosselen in de Oosterschelde worden bedreigd. Nu niet door vogels of waterverontreiniging, maar door een verre neef van de Zeeuwse lekkernij. Dat zit zo: in de barre winter van 1963 vroren door de extreme kou bijna alle oesters in de Zeeuwse wateren dood. De platte oester, zoals de Zeeuwse variant ook wel wordt genoemd, doet er drie tot zes jaar over om van larve tot volwaardige oester te geraken. Dat duurde de vissers te lang en daarom kwam iemand op de gedachte om als overbrugging een paar scheepsladingen halfvolgroeide Japanse oesters te laten overkomen. De gedachte was dat die na een paar jaar wel het loodje zouden leggen omdat ze niet zo goed tegen de kou kunnen. Tegen de tijd dat de Japanse oester verdwenen zou zijn, waren de platte oesters weer op sterkte. Leuk idee, maar de Japanse oester trok zich weinig aan van de kou en waart in steeds grotere aantallen door de Zeeuwse wateren. De Oosterschelde beslaat een oppervlakte van 35.000 hectare. Daarvan hebben de Japanse oesters er inmiddels 1500, vooral bij mosselbanken, in beslag genomen. Daar kapen ze zuurstof en voedsel voor de neuzen van de mosselen weg en vreten hun larven op. Dat betekent het naderende einde van de Zeeuwse mossel; die verhongert en plant zich steeds moeilijker voort. Hoe de Japanse oester in zijn hok kan worden gekregen, is nog niet opgelost. Achteraf bezien hadden we die oesters gewoon moeten laten waar ze, zoals de naam al suggereert thuishoren: in Japan. In de jaren tachtig voltrok zich in de melkveehouderij een kleine aardverschuiving. Melk is wit water waarin vet en eiwitten ronddrijven. De melkfabrieken waren vooral geïnteresseerd in dat vet. Tot men merkte dat de moderne mens er vooral te dik van werd en dat er voor de eiwitten veel meer toepassingen waren dan het kweken van een buikje. De fabriek betaalt de boer niet voor het witte water, maar voor de gehalten aan vet en eiwit. Hoe hoger het gehalte aan eiwit, hoe hoger de prijs voor de boer. De koe haalt het eiwit normaal gesproken uit het gras, maar dat is zelfs voor een koe een nogal ingewikkeld en energievretend kunstje. En zo kwam er in Engeland iemand op het idee om van de koe een vleeseter te maken. Ze kregen de fijngemalen restanten van kadavers van vooral schapen door hun voer gemengd. Dat poeder zat nog boordevol eiwitten, dus dat kon via de koeienmaag zonder al te veel energie rechtstreeks de melk in. Het experiment leidde uiteindelijk tot de gekkekoeienziekte, die niet alleen zorgde voor een ban van ruim twintig jaar op Brits rundvlees. Er stierven ook nog eens paar honderd mensen een heel vervelende dood aan de kwaal. Achteraf bezien hadden we de koeien gewoon moeten laten wat ze zijn: graseters. De meeste mensen hebben ze nog nooit gezien, maar wie qua gezondheid een beetje met zijn of haar tijd meegaat, is er dol op: de omega 3-vetzuren. Een onverzadigd vetzuur dat een weldaad schijnt te zijn voor hart en hersenen van de mens. Nimmer keihard wetenschappelijk aangetoond dat het schade voorkomt of repareert, maar in de wondere wereld die voeding heet is dat van ondergeschikt belang. Omega 3 zit veel in vette vis. Japanners eten per persoon per jaar wel 65 kilo vis en wij maar 12 kilo. Tegelijkertijd komen er in Japan veel minder hart- en vaatziekten voor dan hier. Dus dat zal dan wel aan de omega 3 liggen. Tsja. Japanners eten per hoofd van de bevolking jaarlijks rond de 40 kilo zuivel, Nederlanders bijna 130 kilo per persoon. Dus die hart- en vaatziekten kunnen net zo goed aan de melk liggen. Maar zo'n mogelijke relatie wordt, althans in Nederland, vooralsnog niet onderzocht. Hier stoppen we ons geld liever in onderzoek naar nog meer zogenaamde meerwaarde van de witte motor. Nadat eerst van de koe, geheel tegen de natuur in, een vleeseter was gemaakt, krijgt het arme dier nu een dieet voorgezet waarin vis is verwerkt. Bedenker is de producent van diervoerders Nutreco die een gepatenteerd procédé heeft ontwikkeld waarmee de koe voor de gek kan worden gehouden. De vetzuren van een vis, die normaal gesproken in een van de vier koeienmagen volledig worden gedemonteerd, krijgen van Nutreco een beschermlaagje. Het omega 3 overleeft zo de helletocht door de koeienmaag en komt in de melk terecht. De vissmaak blijft achter in de koe. Maar voor wie een beetje besef heeft van wat wel en niet zou moeten kunnen, is volstrekt duidelijk dat het nieuwe Nutreco-product stinkt van hier tot Tokio. Immers, ook vooraf is te bezien dat we koeien gewoon moeten laten zijn wat ze zijn: graseters die in de eerste plaats melk produceren voor hun kalf.
Vis