Vooraf


Er heeft zich de afgelopen vijfendertig jaar op het Nederlandse platteland in alle stilte een revolutie voltrokken. Geholpen door een gestage stroom subsidies en technologische vernieuwingen hebben de Nederlandse keuterboeren uit de jaren zeventig van de vorige eeuw zich ontwikkeld tot moderne agrarische ondernemers met bedrijven waar  miljoenen euro’s in om gaan.

Hun producten zijn overal ter wereld terug te vinden in de schappen van de supermarkten. Nederland heeft zich opgewerkt tot de nummer twee op de ranglijst van exporteurs van agrarische producten.

Maar de prijs die aan dat succesnummer hangt is, niet alleen in termen van geld, hoog.

Jaarlijks rollen er langs verschillende wegen, maar vrijwel onzichtbaar voor de burger, miljarden euro’s aan subsidies naar de boerderijen. Hoe groter de boerderij, hoe groter de geldstroom die er heen gaat. Het gaat daarbij niet om klein bier. Een beetje melkveehouder heeft ongeveer honderd koeien en kreeg de afgelopen jaren, verstopt in zijn melkprijs, gemiddeld per jaar ruim vijftigduizend euro aan subsidie.  Een ‘kleine’ melkveehouder, met zo’n vijftig koeien, moest het met ruim vijfentwintigduizend euro doen. Maar de echte grootverdieners in de landbouw, zoals bijvoorbeeld oud landbouwminister Veerman, strijken jaarlijks bijna twee­honderdduizend euro aan subsidies op.

De boeren vinden het de normaalste zaak van de wereld en dat is op z’n minst merkwaardig. Dat ondernemers of andere burgers tijdelijk steun krijgen om een moeilijke periode te overbruggen is niet bijzonder. Dat één beroepsgroep jaar in jaar uit probleemloos niet alleen aanspraak maakt op zo’n regeling, maar die regeling ook nog weet uit te breiden, is uitzonderlijk. Het betekent dat de boeren zich een vooralsnog onaantastbare status aparte hebben weten te verwerven.

Met enige regelmaat werd en wordt de stroom subsidies naar het platteland, alleen al in Europa jaarlijks ongeveer 45 miljard euro, ter discussie gesteld. Maar veel meer dan wat gepraat erover, heeft het niet opgeleverd. Als er al aanpassingen plaats vonden, werden die langs andere weg weer gecompenseerd. Wat er door de voordeur aan subsidies af ging, kwam er door de achterdeur via directe inkomenssteun weer bij.

Die vrijwel ongelimiteerde geldstroom werd en wordt gebruikt om het agrarische bedrijf verder te industrialiseren. Van koeien, kippen en varkens zijn machines gemaakt die slechts één doel dienen: optimalisering van de winst. Daarbij is niets te dol. Alle lichaamsdelen van een dier die de boer in de weg zitten, worden er afgesloopt. Onverdoofd natuurlijk, want verdoving kost geld en dat jaagt de kostprijs weer op, en dat haalt de winst weer naar beneden. In een wereld waar dieren machines worden, kennen die dieren (het zijn immers machines) geen pijn, dus waarom verdoven?

Voer is in de moderne veeteelt voor een dier geen voedsel, maar brandstof waarmee melk en vlees worden gemaakt. Uiteraard tegen zo laag mogelijke kosten en daarom krijgt het moderne productiedier alles wat niet expliciet bij wet verboden is als voedsel voorgeschoteld. En de wet verbiedt waar het om dieren gaat, niet alleen op dat punt, vrijwel niets.

Boeren maken natuur, zeggen ze zelf. En de burger gelooft ze, want die verwart alles wat groen is en meebuigt met de wind, met natuur. Maar de afgelopen jaren zijn grote delen van het platteland verbouwd tot graswoestijnen waaruit de natuurlijke bewoners - niet alleen een wereld aan vogels maar ook grassen, bloemen en micro-organismen - allang zijn weg gevlucht.    

Het is wat al te gemakkelijk om alleen de boeren voor deze verminking van de natuur verantwoordelijk te houden. De overheid, dus wij met z’n allen, stonden er niet alleen bij en keken er naar. We hebben het van harte aangemoedigd. In het weekend gooit het overgrote deel van de consumenten in de supermarkten zijn winkelwagentje vol met aanbiedingen. Zonder zich af te vragen hoe die producten tot stand zijn gekomen.

De boeren hebben zich via een sluipend proces laten vervreemden van de natuur door van hun dieren machines te maken. De consument heeft via een al even sluipend proces er aan mee gedaan door de producten van die machines klakkeloos af te nemen. Voor veel boeren en consumenten draait het kennelijk nog steeds maar om één ding: wat kost het. Boer en burger zijn gaan denken via hun portemonnee.

En toch begint er schoorvoetend iets te veranderen. Een groeiende groep consumenten stelt wel eisen aan de manier waarop het voedsel dat zij kopen is geproduceerd en is bereid daarvoor extra te betalen. Steeds meer boeren proberen zich te ontworstelen aan de vicieuze cirkel waarin zij terecht zijn gekomen. 
Maar de mechanismen die hebben geleid tot de verwording van de Nederlandse agrarische productie werken nog steeds op volle kracht. In dit boek worden die mechanismen beschreven. Het zijn bewerkingen van een aantal artikelen dat eerder in Het Financiële Dagblad verscheen. Waar nodig zijn die aangepast aan de actualiteit. Daarnaast zijn enkele niet eerder gepubliceerde hoofdstukken toegevoegd.