Proefdieren
(het laatste nieuws van Nieuwsgrazer over proefdieren,
klik op de links)
Misvatting:
medicijnen en behandelingen die getest zijn op
dieren, geven garantie op veilig gebruik daarvan
bij mensen.
Dieren zijn geen mensen, hoezeer zij er ook fysiek
of psychisch op mogen lijken. De suggestie dat
een op dieren beproefd middel ook veilig zou zijn
voor mensen, is wetenschappelijk gezien, en bewezen,
onjuist.
Dierproeven horen tot het zgn. experimenteel
onderzoek: men probeert in een gezond dier dezelfde
ziekte na te bootsen als die in een mens spontaan
is opgetreden. Waarmee bij het uittesten van een
"medicijn" op dat dier dus al niet meer de spontane,
mensgebonden origineel van de ziekte onderzocht
wordt. Vandaar ook de ellenlange lijsten bijwerkingen
van alle moderne 'medicijnen'.
Een berucht gevolg van deze onderzoekswijze was
het middel Softenon: uitgebreid getest en 'veilig
bevonden' op tal van verschillende proefdieren,
maar uiteindelijk bleek het mismakend te werken
bij de mens.
Er werden in 1999 in Nederland 723.816 dierproeven
gedaan, daar wordt bij 68400 gevallen gebruik
gemaakt van genetisch gemodificeerde dieren,
voornamelijk muizen.
Bijna de helft is verricht voor wetenschappelijk onderzoek naar oorzaak en behandeling
van ziekten bij de mens. Ruim 40% was voor sera, vaccins, geneesmiddelen en medische
of veterinaire producten.
In de EU gebruiken onderzoekers en industrie in de EU jaarlijks 10,7 miljoen
proefdieren.
Onderaan deze pagina recentere cijfers.
Een konijnenoog is geen mensenoog. Toch
geldt dat eerste als de standaard, als het
gaat om het testen van cosmetica. Onderzoeker
Bart De Wever toonde echter aan dat het konijn
het soms bij het verkeerde eind heeft. Sommige
cosmetische ingrediënten irriteren het
konijnenoog niet, maar zijn wel degelijk vervelend
voor menselijke oogcellen.
Zelfs als je niet echt van konijnen houdt, krijg
je een brok in je keel. Foto's op de websites
van dierenactivisten tonen afgeschoren vachten,
rode vellen waardoorheen de botten zichtbaar
zijn en oogjes met blaren vol pus. En dat niet
eens om levens te redden, maar om te voorkomen
dat wij pusblaren krijgen, als we per ongeluk
wat dagcrème of shampoo in onze ogen smeren.
Gelukkig zijn er onderzoekers zoals Bart
De Wever, die hard werken aan meer menselijke alternatieven
voor deze dierproeven. De Wever deed dat letterlijk.
In plaats van voor hele dieren, koos hij in zijn
promotieonderzoek voor cellen. Hij testte verschillende
ingrediënten van cosmetica op weefselkweken
van menselijk hoornvlies. (Meer lezen? Zie Noorderlicht)
Pijn, stress en ongerief
De overheidsinspectie die toezicht houdt op
dierproeven in Nederland geeft voor 2004 aan
dat in 65,6% van de dierproeven sprake was van
'gering of matig ongerief' bij de dieren. Bij
29,1% was sprake van matig tot ernstig ongerief;
bij 5,2% van ernstig ongerief en bij 0,1% van
zeer ernstig ongerief. Ongerief is soms pijn
en soms stress. Onderzoekers zijn verplicht pijn
zoveel mogelijk tegen te gaan, bijvoorbeeld door
verdoving en pijnbestrijding of door een dier
te doden voordat ernstige pijn optreedt. In 2004
werd bij 36% van de proeven verdoving toegepast
en bij 7% pijnbestrijding.
De grote meerderheid van de dieren wordt na
een test met een injectie gedood door een dierenarts.
Daarna volgt doorgaans onderzoek van weefsels
of organen om de resultaten van de proef te bepalen.
Een gering aantal dieren blijft in leven en wordt
soms gebruikt voor een tweede proef. In 2004
waren dat er circa 23.000. Het gebeurt vrijwel
nooit dat een dier meer dan twee keer voor een
proef wordt gebruikt.
(Bron: Stichting Informatie Proefdieren)
Welk ongerief ondervinden proefdieren?
De classificatie "ongerief" loopt van "gering" via "matig" tot "ernstig".
Gering ongerief
enkelvoudige bloedafname
rectaal toucheren
monstername vaginaalslijm
dwangmatige toediening van op zichzelf niet-schadelijke stoffen
maken van röntgenfoto's bij niet-geanestheseerde dieren
doden zonder voorafgaande handeling
terminaal (dodelijk) experiment onder narcose
fixatie in boxen (liggen en staan mogelijk)
immunisatie (het immuun maken tegen infectieziektes of schadelijke stoffen) zonder adjuvans (stof die zonder zelf werkzaam te zijn de werking van een geneesmiddel ondersteunt)
Matig ongerief
frequente bloedafname
pyrogeniteitstest (koortsopwekkend)
aanbrengen van verblijfcanules e.d.
gipsverbanden
fixatie in toestellen
huidtransplantatie
keizersnede
ontwaken uit narcose
immunisatie met Freunds incompleet adjuvans (niet in de voetzool
Ernstig ongerief
het verzamelen van ascites vloeistof
totale verbloeding zonder narcose (geen decapitatie (onthoofding))
genetisch bepaalde afwijkingen zoals spierdystrofie en hemofilie
langdurig onthouden van voedsel, drinkwater of slaap
immobilisatie (toestand van onbeweeglijkheid) door spierrelaxantia zonder sedantia (kalmerende middelen)
LD50 test en/of LC50 test (LD: Lethal Dosis; test: bij welke dosis sterft 50%?)
immunisatie in de voetzool
immunisatie met Freunds compleet adjuvans
Een aantal van de onder "gering" of "matig" vermelde voorbeelden kan, afhankelijk van tijdsduur van het berokkende ongerief, tot de categorie "ernstig" ongerief worden gerekend.
De ware reden dat
onderzoekers blijven werken met dierproeven (miljoenen
per jaar), is dat ze vele malen goedkoper zijn
dan mensproeven, en dat voor het verwerken van
dieren nauwelijks belemmeringen in het onderzoek
worden ingebouwd: daar waar voor mensen in een
mensproef een duidelijke afweging wordt gemaakt
tussen het mogelijk risico en de te verwachten
verbetering voor de mens (plus een hoge vergoeding
voor de proefpersoon), werkt deze 'begrenzer'
niet in geval van proefdieren. Niets is te dol
om met proefdieren te doen, en wie een beetje
krant leest weet tot welke weerzinwekkende experimenten
dat vooral ook de laatste jaren heeft geleid.
Niet de consumentenvraag naar een doeltreffende,
betaalbare, ethisch verantwoorde gezondheidszorg
is de motor achter de ontwikkelingen in de medisch/farmaceutische
industrie, maar de zucht om met steeds nieuwe
technische hoogstandjes en mogelijkheden het publiek
te verlokken, wensen te kweken, hoop te wekken
en vervolgens daaraan flink te verdienen.
Jeroen Trommelen
in de Volkskrant:
Talloze muizen en ratten leggen het loodje bij
de verplichte kwaliteitscontroles van geproduceerde
vaccins. Daarvoor bestaan alternatieven, die zich
helemaal in een reageerbuis afspelen. 'Als die
muizen apen waren, was de wereld te klein.'
Na bewezen 'diensten' worden de proefdieren afgemaakt,
in plaats van de pensionering, zoals sommige apen
uit het BPRC. Dit wordt ingegeven door zuiver
economische motieven. Dit geldt eveneens voor
het euthanaseren van 'overtollige' dierentuindieren
of het toepassen van extra pijnlijke, in plaats
van 'humanere' dodingsmethoden bij de bestrijding
van 'ongedierte'.
Zie ook de NOVA
uitzending waarin oud-medewerkers van het
BPRC een boekje open doen over de misstanden rond
apen als proefdieren.
Zo is in onze technocratische
maatschappij helaas ook op gebied van leven en
dood de vooruitgangsgedachte gaan overheersen:
"ziekte hoef je niet te pikken; alles hoort oplosbaar
en geneesbaar te zijn; iedereen heeft "recht"
op een lang, ziekteloos leven, of op een kind".
Eigen verantwoordelijkheid nemen voor de gezondheid
(door gezond onbespoten voedsel te nuttigen, tijd
voor frisse lucht en voldoende rust en ontspanning
nemen) is duur en tijdrovend. Goedkoper en makkelijker
is het om 'als het eenmaal mis is' naar de medicijnpot
te grijpen.
Mensen zijn door de invloed van de medisch-technische
industrie zo ver verwijderd geraakt van eigen
verantwoordelijkheid voor hun gezondheid, dat
zelfs een absoluut monstrum als xenotransplantatie
(=dieren als fabriekjes voor reserve-onderdelen
voor de mens) serieus genomen wordt.
Het is treurig om te zien dat zelfs verenigingen
die zeggen dierproeven te willen bestrijden, doordrongen
zijn van de 'onvermijdelijkheidsdoctrine'. Zij
ijveren voor het vermijden, verminderen en minder
pijnlijk maken van dierproeven, maar juist door
deze zachte, niet rigoreus àlle dierproeven-afwijzende
aanpak, bevestigen zij in de ogen van het publiek
de schijnbare noodzaak en onvermijdelijkheid van
dierproeven.
Klik
hier voor dierproeven in beeld. Carien Overdijk
beschrijft in column
hoe het dier dreigt een magazijn van reserveonderdelen
te worden. Wetenschapper Jan Lauwereyns (1969)
kroop voor zijn eerste roman Monkey Business in
de huid van een laboratoriumaap en ervaarde het
leven in de kooi.
Wie
wil weten hoe dierproeven in de wet zijn geregeld
hebben we de tekst van de wet
op dierproeven.
Als onderdeel van de procedure voor vergunningaanvragen
voor biotechnologische handelingen bij dieren,
worden in samenwerking met de Commissie Biotechnologie
bij Dieren (CBD), regelmatig en bij voldoende
belangstelling, hoorzittingen
georganiseerd door het Ministerie van LNV.
Hoe
het anders kan: preventie en klinisch onderzoek
Ziekte wil heel vaak iets duidelijk maken aan de
eigenaar van het lichaam waarin die ziekte zich
openbaart. Men kan die tekenen beter serieus nemen,
en proberen al het mogelijke in de preventieve sfeer
te doen (schoon voedsel, tijdige ontspanning). Men
kan bijvoorbeeld zijn voordeel doen met de duizenden
jaren oude Chinese (preventieve) geneeskunst, die
werkt met regelmatige onderzoeken en behandelingen
van onbalans vòòr dat een ziekte uit kan breken;
bijvoorbeeld door middel van acupunctuur.
Vermijd geneesmiddelen die alleen een ongewenst
verschijnsel uit het lichaam proberen weg te halen
(=chemische, op dierproeven en grote algemene groepen
mensen gebaseerde medicijnen). Neem in plaats daarvan,
als preventie heeft gefaald, middelen die door en
voor mensen zijn ontwikkeld, en die door de gespecialiseerde
arts in een speciaal op de individu toegesneden
samenstelling worden voorgeschreven. Homeopatische
en antroposofische artsen/geneesmiddelen werken
aan het herstel van de goede, zelfgenezende krachten
in een lichaam, in plaats van dat zij 'ongewenste
ziekteverschijnselen' met chemicaliën proberen te
onderdrukken.
Een mens is net als
een dier een sterfelijk wezen, niet een eindeloos
versleutelbare mecanodoos, en dat heeft zijn zin.
Verval en dood hebben een gelijkwaardige plaats
naast geboorte en groei: ook aan een mensenleven
komt een eind.
Toch blijven er situaties, bijvoorbeeld als ernstige
ziekte toeslaat in een jong leven, waarin de betrokkenen
het uiterste zullen blijven eisen van de medische
wetenschap om dit leven te behouden. In dit geval
is het niet alleen uit ethisch oogpunt, maar juist
ook uit oogpunt van veiligheid zaak om uitsluitend
gebruik te maken van klinisch onderzoek, dan wel
in klinisch onderzoek uitgeteste behandelmethoden
en/of medicijnen. Dat wil zeggen: methoden en
middelen die gevonden zijn door een mens met vergelijkbare
ziekteverschijnselen langdurig te onderzoeken.
In zijn boek Dierencrisis
doet Michel Vandenbosch van GAIA de volgende aanbevelingen:
Behoud het principe van de drie V's (Verminderen,
Verfijnen en Vervangen) als een waardevolle
basis, ook voor de regelgeving die we nieuw
leven inblazen. De nadruk ligt op de V van Vervangen.
Voeg er drie V's aan toe: Voorkomen, Vormen
en Verhinderen. Zoveel mogelijk voorkomen doe
je via preventieve gezondheidszorg. Investeer
in de intensieve vorming van onderzoekers en
onderzoekers in spe. Die moeten gemotiveerd
worden om zich toe te leggen op het objectief
van dierproefvrij onderzoek. Dat gebeurt nu
nauwelijks. Ik kon enkele cursussen alternatieve
methoden inkijken, die veel weg hebben van promotiebrochures
voor dierproeven en aan de universiteiten in
het beste geval in een paar uur tijd worden
afgehaspeld. Verhinder ook dat nieuwe types
van ingrijpende proefnemingen op dieren de kop
zouden opsteken.
Ontzie voor experimentele doeleinden bewuste
wezens met gevoel die hun instemming niet kunnen
geven. Apen, honden, katten en andere zoogdieren
dan knaagdieren krijgen hierbij prioriteit.
Dat is niet 100% ethisch zuiver noch consistent,
maar we willen niet ter plaatse blijven trappelen.
We moeten vooruit. Tegelijk is de betrachting
om zoveel mogelijk knaagdieren (konijnen, cavia's,
ratten en muizen) te ontzien, in de eerste plaats
voor ingrijpende proeven die geen medische doeleinden
dienen (cosmetica, huishoudelijke producten,
enz.). Geleidelijk ziet men af van het gebruik
van ratten, muizen, vogels en andere vertebraten
(reptielen en amfibieën).
Investeer veel middelen in de ontwikkeling
van alternatieve, ethische methoden. Met de
nadruk op proefdiervervangende methoden die
de dieren sparen waarvan we mogen aannemen dat
ze pijn, angst en andere gevoelens ervaren.
De Europese Commissaris voor Wetenschapsbeleid
moet daarvoor met geld over de brug komen. In
de Europese Unie lijkt mij dat tot nader order
haalbaarder dan in de VS, waar de overheid doet
alsof er geen proeven op muizen, ratten en vogels
worden uitgevoerd. De Eu-lidstaten moeten aan
de kar trekken en afzonderlijk het goede voorbeeld
geven. De overheid ziet er nauwgezet op toe
dat het aantal voor proeven gebruikte dieren
jaar na jaar blijft dalen. Waar dat niet zo
is, moet er bijgestuurd worden.
Zwicht niet voor politiek-economische blokkeringsmanoeuvres
van derde landen.
Naargelang men vorderingen maakt op de vorige
punten, worden verminkende en dodelijke experimenten
alleen nog toelaatbaar op niet bewuste wezens
zonder gevoel, inclusief embryonale. Over het
delicate ethische vraagstuk van het gebruik
van menselijke embryo's als levend testmateriaal,
beperk ik mij tot de volgende bedenking: als
er grenzen aan het gebruik van menselijke embryo's
voor therapeutische of andere doeleinden moeten
gesteld worden en indien een menselijk embryo
zonder brein en bijgevolg zonder gevoel bescherming
en respect verdient, dan moet dat zeker ook
gelden voor een hond of een aap met een normaal
ontwikkeld centraal zenuwstelsel.
Laboratoria verbinden er zich toe om de proefdieren
optimale leefomstandigheden te garanderen. Als
compensatie voor het leed dat hen is aangedaan,
moeten deze voorzieningen ook getroffen worden
voor dieren die aan het eind van de proef nog
in leven zijn. Deze dieren mogen niet gedood
worden louter omdat ze niet langer bruikbaar
zijn voor experimenten. Tenzij ze zodanig ongeneeslijk
ziek gemaakt zijn of dermate aan de gevolgen
van het experiment lijden dat hun levenskwaliteit
ondraaglijk is geworden.
Transparantie. Behalve de jaarlijkse statistieken,
is er geen enkele openbaarheid van informatie.
Maak de verslagen van de vergaderingen van het
Deontologisch adviescomité publiek. Publiceer
de beslissingen op het internet. Maak ook de
verslagen bekend van de ethische commissies
die aan dierproevenonderzoekscentra verbonden
moeten zijn. Het maatschappelijk debat kan er
alleen maar bij winnen als publiek gemaakt wordt
welke proeven geweigerd en welke goedgekeurd
worden en waarom.
Laboratoria die deze strategie niet onderschrijven,
zouden geen toestemming meer mogen krijgen om
dieren voor proeven te houden. Onderzoekers zouden
ook de verwachte schadelijke effecten van het
experiment op het proefdier onder meer in termen
van letsel, verminking, pijn, lijden en dood veel
gedetailleerder dan nu moeten weergeven. Zonder
precieze gegevens over de manier waarop en hoelang
de dieren lijden, hoe ze gehouden worden, en zo
verder, kan er geen gedegen ethische afweging
gebeuren. Ik heb begrip voor het argument dat
de concurrentie met bedrijfsgeheimen aan de haal
zou gaan maar daar verschuilt men zich te gemakkelijk
achter. Ik kan ook begrijpen waarom het Animal
Liberation Front onderzoekers nog meer in hun
schulp doet kruipen. Maar sommigen gebruiken de
gewelddadige anti-vivisectionisten als een gemakkelijk
excuus.
Kip of ei?
Wat was er eerder: de voedselproducent die steeds
goedkoper probeerde te produceren om meer te kunnen
verdienen, of de consument die weigerde om voor
een goed product een eerlijke prijs te betalen?
Wat was er eerder: de Westerse mens die ging geloven
in oneindige mogelijkheden van de medische industrie,
of de medische industrie die de Westerse mens deze
worst als 'mogelijkheid' voor de neus hing?
Als iemand het antwoord al kan geven, dan hebben
we er weinig aan. Zaak is het, om de huidige escalaties
de rug toe te keren. Een eenmaal groots op gang
gekomen misstand hoeft niet 'nu eenmaal' dan ook
maar te blijven bestaan. Neem bijvoorbeeld kern-energie:
een staaltje vooruitgangsdenken en -doen dat zijn
weerga niet kende, waar immense economische belangen
mee verbonden waren, en toch..... heeft uiteindelijk
het collectieve gevoel en verstand de overhand gekregen
en wordt de ene na de andere kerncentrale gesloten.
Zo kunnen ook misstanden als bio-industrie, medisch-technische
industrie en gif-landbouw/veeteelt worden teruggedraaid.
Als we maar willen. Als ieder apart persoon maar
wil. Want inderdaad, een betere wereld begint
bij onszelf.