|
|
|
 |
English-Nederlands-Espaņol
Te dom om te voelen? Het raadselachtige gevoelsleven van dieren |
|
| |
| Heeft een hond genoeg hersenen om
plezier te beleven, en kan een levend gekookte kreeft
wel pijn ervaren? Het zijn omstreden vragen in de
wetenschap. De stand van het onderzoek naar emoties
in het dierenrijk. |
|
Door Dagmar van der Neut, uit het
juli/augustusnummer 2005 van Psychologie
Magazine |
| |
|
|
Wormen voelen geen pijn. Met die conclusie
haalden Noorse onderzoekers begin dit jaar het nieuws.
Slakken, mosselen en garnalen kunnen ook geen pijn
ervaren. En zelfs een kreeft die schreeuwt als hij
in kokend water wordt gegooid, voelt geen zier.
Het zenuwstelsel van deze ongewervelde dieren is
gewoonweg te simpel. Zo simpel dat ze geen benul
hebben van wat er gebeurt. En als ze geen bewustzijn
hebben, kunnen ze ook niet lijden, redeneren de
onderzoekers.
Dat een worm geen gevoel heeft, soit - daar kunnen
de meeste mensen wel mee leven. Maar hoe zit het
met andere dieren? Over inktvissen en sommige insecten,
die iets grotere hersentjes hebben en complexer
gedrag vertonen, waren de Noren minder zeker. En
wat dacht u van uw huisdier? Is uw hond blij als
u thuiskomt? Is uw kat tevreden als hij spint? Ze
kunnen het ons niet vertellen, maar hun gedrag spreekt
boekdelen, toch?
Voor de wetenschap zijn de zielenroerselen van dieren
altijd een lastige geweest. Omdat we nooit kunnen
weten wat een dier precies ervaart (we kunnen het
immers niet vragen), kunnen we daar ook geen uitspraken
over doen, redeneert men. Onderzoekers wagen zich
liever niet op glad ijs en spreken daarom meestal
alleen maar over het gedrag van dieren. Een dier
is niet boos, maar `gedraagt zich agressief'. Is
niet blij, maar `geagiteerd'. Degenen die wel iets
wagen te zeggen over dierengevoel, worden beschuldigd
van antropomorfisme: de neiging om dieren allerlei
menselijke eigenschappen toe te schrijven. Een wetenschappelijke
doodzonde. Voor de meeste wetenschappers zijn dieren
een soort machines,
Wanneer je een slak aanraakt, gaat zijn hart sneller
kloppen. Maar dat wil nog niet zeggen dat hij angst
ervaart die instinctief bepaalde gedragsprogramma's
afdraaien. En gedrag zegt nog niet dat een dier
van binnen ook iets beleeft.
Nu hersenonderzoek steeds meer geheimen van de geest
openbaart, begint er iets te veranderen. De dierenziel
is niet langer een 'black box'; we kunnen kijken
naar het zenuwstelsel van een dier en op basis daarvan
inschatten wat hij voelt. Het innerlijke leven van
dieren is weer bespreekbaar. Maar dat maakt de kwestie
niet minder lastig. |
| |
|
|
Gevoel en gedrag
Laten we ons eerst eens afvragen waartoe emoties
eigenlijk dienen bij de mens. Daarover zijn wetenschappers
het wel min of meer eens: in een complexe en veranderlijke
wereld zijn gevoelens onze gids. Gevoelens vertellen
ons welke situaties goed voor ons zijn en welke
slecht. Als we een positief gevoel verbinden met
een handeling of een bepaalde situatie, bijvoorbeeld
`zachte aanraking door iemand van het andere geslacht
= fijn', zorgt dat gevoel ervoor dat we die situatie
vaker zullen opzoeken. Als we een negatief gevoel
verbinden met een situatie ('aanraking met vuur
= pijn'), motiveert dat vervelende gevoel ons die
situatie voortaan te vermijden. Als we geen emoties
hadden, dan zouden we waarschijnlijk niet lang leven
en geen nakomelingen krijgen. Emoties helpen te
overleven. En evolutionair gezien is er geen reden
om aan te nemen dat dat bij een dier heel anders
zou werken.
Zelfs de meest eenvoudige organismen laten al emotioneel
gedrag zien. Het eencellige pantoffeldiertje heeft
bijvoorbeeld al de essentie van het emotionele proces
te pakken: het hersenloze wezentje zwemt weg van
mogelijk gevaar, zoals hitte, sterke trillingen
of contact met een scherp voorwerp, en neemt zo
nodig chemische barrières om zich te goed
te doen aan een lekker maaltje. Maar wat voelt een
pantoffeldier daarbij?
Veel onderzoekers maken onderscheid tussen emoties
en gevoelens. Dit illustreert de Amerikaanse neurowetenschapper
Antonio Damasio aan de hand van de Aplysia Californica,
een zeeslak met behoorlijk weinig hersenen. Wanneer
je die slak aanraakt, gaat zijn hart sneller kloppen,
zijn bloeddruk stijgt en hij krimpt ineen. Vertaal
je deze reacties naar een mens, dan zou je hierin
componenten van de emotie angst herkennen. Heeft
de slak dus emotie? Ja, zegt Damasio, maar geen
gevoel. De zeeslak ervaart geen angst. Zijn reactie
is reflexmatig, automatisch en stereotiep. Hij heeft
geen weet van zijn emoties, en dus geen gevoel. |
| |
|
|
Naar bed met een moordenaar
Naast basisemoties als angst, woede en blijdschap,
zie je ook sociale emoties zoals medeleven, schaamte,
trots en jaloezie bij dieren. Denk aan een hond
die schuldbewust kijkt als hij iets gedaan heeft
dat niet mag, of de trotse loop van de alfaman in
een groep apen. Maar ook hierbij is er geen sprake
van gevoel, meent Damasio. Voor gevoel zijn bewustzijn
en zelfreflectie vereist, en activiteit in hersengebieden
in de neocortex - het laatst geëvolueerde deel
van het brein, dat bij de mens het verst is ontwikkeld.
Dat denkt ook neuropsycholoog Bob
Bermond van de Universiteit van Amsterdam. De
meeste dieren hebben volgens hem een `niet-reflectief'
bewustzijn; een bewustzijn zonder verleden of toekomst.
Zij ervaren alleen het hier en nu. En omdat een
dier niet kan reflecteren op zijn ervaringen en
niet kan fantaseren, heeft hij geen gevoelens en
kan hij niet lijden, redeneert Bermond. Als een
mens zijn kind verliest, volgt enorm leed. Maar
dat leed bestaat alleen omdat men kan bedenken hoe
het leven was toen het kind nog leefde, of hoe leeg
de toekomst zal zijn zonder hem.
Bewustzijn maakt dat gevoelens lang nadat een emotie-opwekkende
gebeurtenis achter de rug is, kunnen voortduren.
Dat hebben de meeste dieren niet. Een leeuwin waarvan
de jongen zijn gedood door het nieuwe alfamannetje,
wordt niet depressief en blijft niet boos. Na een
paar dagen gaat ze zelfs gewoon naar bed met de
moordenaar. En ook aapjes die hun overleden jong
soms dagen met zich meedragen, verliezen alle interesse
als het lijkje halfvergaan uit elkaar valt. Stimulus
weg, emotioneel gedrag weg.
Dat een dier zichzelf niet in de put kan denken
is één ding, maar hij kan toch in
het hier en nu wel gevoelens ervaren? Zelfs dat
kan volgens Bob Bermond niet. `In de jaren veertig
en vijftig van de vorige eeuw werd frontale lobotomie
toegepast bij mensen met chronische pijn. De frontale
cortex werd daarbij beschadigd, waardoor bij de
patiënt de neiging tot reflecteren wegviel.
Voor de operatie was de pijn voortdurend in het
centrum van hun aandacht; na de operatie zeggen
ze dat de pijn op zich niet is veranderd, maar ze
ervaren het niet meer als pijn. Het laat hen koud.
Dat is vergelijkbaar met de ervaring van een dier.'
Lobotomiepatiënten bleken bovendien vaker en
directer emotioneel te reageren dan voor de operatie,
maar hun emotionele reacties hielden ook sneller
op. Net als een kat die direct begint te blazen
in reactie op een dreiging, maar het volgende moment
alweer spinnend langs je benen strijkt: het gevoel
blijft niet hangen. De patiënten zeiden er
bovendien geen gevoelens bij te ervaren. Emotionele
beleving en verlengd emotioneel gedrag gaan dus
samen. En omdat de meeste dieren alleen direct reageren
op een emotionele gebeurtenis en die verlenging
niet hebben, voelen ze waarschijnlijk ook niet,
redeneert Bermond. `De prefrontale cortex is nodig
voor het ervaren van pijn en andere emoties. De
hogere zoogdieren, ook honden en katten, hebben
die wel, maar hij is veel kleiner dan bij mensen.
Alleen mensen, en heel misschien de hogere primaten
zoals de chimpansee en de orang-oetan, kunnen lijden
en gevoelens ervaren.' |
| |
|
|
Lachende ratten
Daar denkt neurowetenschapper Jaak Panksepp van
de Bowling Green State University in de Verenigde
Staten heel anders over. Volgens hem ligt de oorsprong
van gevoelens niet in de neocortex, maar veel dieper
in het brein. Deze subcorticale hersengebieden delen
mensen met alle andere zoogdieren. Dieren hebben
volgens hem daarom wel degelijk gevoel.
Volgens Panksepp zijn er drie voorwaarden waaraan
voldaan moet worden om te bepalen
of een dier gevoelens heeft of niet. Een dier moet
hersenstructuren hebben die soortgelijk zijn aan
de hersengebieden die bij mensen emotioneel gedrag
aansturen. Kunstmatige prikkeling van die hersenstructuren
moet emotioneel gedrag oproepen (elektrische prikkeling
van het `angstgebied' veroorzaakt bijvoorbeeld vluchtgedrag).
En prikkeling van datzelfde hersengebied bij een
mens brengt een verandering in gevoel teweeg. Als
dat zo is, dán heeft een dier ook soortgelijke
gevoelens. Volgens Panksepp is dit bij alle tot
nu toe onderzochte zoogdieren aangetoond. In het
zoogdierenbrein ziet hij systemen voor angst, lust,
woede, zorg, paniek, spel en verlangen.
Als onderzoekers een muis of een rat een verslavende
stof geven waarvan mensen zich lekker gaan voelen,
doen ze van alles om die stof weer te krijgen. Waarom
zouden dieren net zo reageren op drugs als mensen,
als er geen 'pay-off' in de vorm van een lekker
gevoel zou zijn, vraagt Panksepp zich af. Nare gevoelens
zijn volgens hem de straffen en prettige gevoelens
de beloningen waardoor wij en andere dieren leren
gedrag niet meer of juist vaker uit te voeren.
Worden jonge cavia's van hun moeder gescheiden,
dan worden hun thalamus, hersenstam en gyrus cinguli
actief. Volgens Panksepp zijn dat exact dezelfde
gebieden die bij mensen actief worden als wij ons
buitengesloten voelen. Mensenverdriet komt volgens
hem voort uit een oeroud mechanisme dat op tilt
slaat bij het gevoel alleen en onbeschermd te zijn.
Panksepp ontdekte kort geleden ook dat ratten plezier
maken en zelfs kunnen lachen. Veel zoogdieren maken
een speciaal soort geluid tijdens het spelen. Zo
ook ratjes. De hoge piepjes van 5o kHz zijn een
uiting van positieve gevoelens en misschien een
primitieve voorloper van de menselijke lach, denkt
Panksepp. De ratjes gierden het ook uit als ze door
de onderzoekers gekieteld werden. `De diertjes raakten
aan ons gehecht,' zegt Panksepp. `Ze gingen op zoek
naar gekietel.' Bovendien werd het karakteristieke
gepiep ook opgewekt als het dopaminesysteem in hun
hersentjes werd geprikkeld. Dit systeem is ook bij
mensenplezier actief. Alles bij elkaar genoeg bewijs
dat ratten lol hebben, vindt Panksepp.
De ratjes bleken overigens hun tijd liever door
te brengen met soortgenootjes die veel `lachten'
dan met degenen die dat niet deden. Panksepp kweekte
al een rattensoort die buitengewoon veel lacht,
en hij hoopt hiermee een `plezier-gen' te ontdekken
dat wellicht ooit gebruikt kan worden in de behandeling
van depressie. |
| |
|
|
Dubbele standaard
Neuropsycholoog Bob Bermond van de Universiteit
van Amsterdam is kritisch. `Niemand twijfelt eraan
dat dieper in het brein gelegen limbische structuren
emotioneel gedrag regelen, maar Panksepp koppelt
daar ook de ervaring aan. En dat is onterecht. Wij
zijn zo empathisch dat wij ons niet kunnen voorstellen
dat een ander die op ons lijkt en emotioneel gedrag
vertoont, daar niets bij voelt. Mensen met pijnongevoeligheid
kunnen allerlei vreselijke dingen met zichzelf doen.
Er is een geval bekend van een man die flink geld
wilde verdienen met zijn eigen kruisiging. Hij had
al diverse shows gepland. Maar het publiek viel
bij de eerste keer massaal flauw toen de spijkers
door zijn handen werden geslagen. Het lijden zat
niet in hém, maar in het publiek dat zich
niet kan voorstellen dat het geen pijn doet. Dat
is precies waarom wij zo van streek raken als een
dier emotioneel gedrag of pijngedrag vertoont.'
Als dieren toch geen leed ervaren, maakt het dan
eigenlijk ook niet meer uit hoe we ze behandelen?
Bermond: `Dat is een heel andere vraag. Sommige
mensen vinden het leuk om bushokjes in elkaar te
schoppen. Van dat hokje weet ik zeker dat het daar
niet onder lijdt. Maar ik vind het toch niet goed.
Na afloop van een lezing die ik hield over dit onderwerp,
kwam er eens een mevrouw naar me toe die me toebitste:
"U heeft zeker geen huisdieren." Ik heb
twintig jaar katten gehad. Ook al ga ik er vanuit
dat ze geen leed kunnen ervaren, als iemand mijn
kat een trap had gegeven, dan had ik hem het huis
uitgezet! De wet voor de dierenbescherming is er
in eerste instantie niet gekomen om dierenleed te
voorkomen, maar omdat je een ander mens geen pijn
mocht doen door een dier te mishandelen. Mensen
voelen zich nou eenmaal vreselijk als ze denken
dat een dier lijdt, en daar moeten we rekening mee
houden.'
Ook Jaak Panksepp pleit voor dienvriendelijkheid,
maar vanuit een heel andere overtuiging: `Ook al
hebben dieren niet de neocorticale hersenkracht
om vooruit en achteruit te kijken zoals wij, de
momenten van hun leven zijn net zo vol met simpele
gevoelens als die van ons met complexere gevoelens.'
Volgens Panksepp maakt de prefrontale cortex het
gevoelsleven van de mens wel complexer en gevarieerder
dan dat van dieren, maar dit hersengebied maakt
de mens zeker niet emotioneler. Het lijkt er volgens
de neurowetenschapper eerder op dat de frontale
cortex emoties reguleert en afremt. Zonder cortex
blijven juist de ruwe emoties over. Een dier kan
misschien niet somberen over de toekomst, maar ook
niet relativeren.
Wetenschappers hanteren soms een dubbele standaard.
Hoewel Jaak Panksepp een van de weinigen is in zijn
vakgebied die openlijk gevoelens toeschrijven aan
dieren, worden muizen wel bang gemaakt in onderzoek
om angstremmers te kunnen ontwikkelen voor de farmaceutische
industrie. En worden jonge ratjes bij hun moeder
weggehaald om de effecten van stress in de jeugd
op depressies in het latere leven te onderzoeken.
Het is voor ons inderdaad moeilijk voor te stellen
dat het mogelijk is om emotioneel gedrag te hebben,
zonder het daar voor ons zo duidelijk bijbehorende
gevoel. Misschien moeten we inderdaad voorzichtig
zijn met het projecteren van onze gevoelens op een
dier. Maar in feite weet niemand het zeker. Wat
bewustzijn precies is en hoe en waar het ontstaat,
is nog steeds een groot mysterie. Hoewel het hersenonderzoek
steeds meer vragen beantwoordt, kunnen we strikt
genomen alleen van onszelf weten wat we ervaren.
Ook van onze medemensen weten we het niet. We kijken
naar gedrag om in te schatten hoe een ander zich
voelt. En dat doen we ook bij dieren, die in grote
lijnen uit hetzelfde hout zijn gesneden. We zien
dat een rat die elektrische schokken krijgt, kreten
slaakt en alles doet om weg te komen. Dat dieren
in de bio-industrie agressief worden van de stress.
En dat onze kat ons systematisch negeert als we
drie weken met vakantie zijn geweest. Wie durft
met zekerheid te zeggen wat de belevingswereld is
van een pantoffeldiertje? |
| |
|
|
| Meer lezen: |
|
|
- Het
gelijk van Spinoza. Vreugde, verdriet en het
voelende brein, Antonio Damasio
- Van
nature goed, over de oorspromg van goed en kwaad
in mensen en andere dieren, Frans de Waal
- Animals in translation. Using the mysteries
of autism to decode animal behaviour, Temple
Grandin en Catherine Johnson
|
| |
|
|
| Overzicht van alle artikelen op Animal
Freedom: |
|
|
|
|
|
|