|
Het beeld van het 'gouden kalf' is weer werkelijkheid
geworden, maar dan letterlijk. Met pasgeboren nuchtere
kalveren, bestemd voor de levering van mooi blank kalfsvlees,
werd de levering van mooi blank kalfsvlees, werd de
mond- en klauwzeeruitbraak van Engeland, via Ierland,
via Frankrijk, ook naar Nederland gebracht. De kalveren,
hun eigenaren, handelaren en transporteurs zijn nu de
zondebokken. En de overheid reageert - haast met mozaïsche
verontwaardiging en vastbeslotenheid - van de Haagse
Sinaï: vernietig al die dieren, ziek of gezond,
ruimen de boel, reinigen die smeerboel. De overheid
hoopt met die doortastendheid de beelden in de hoofden
van de burgers te vervangen door politiek goedgegoten,
goed-uitkomende beelden van het correcte, het orthodoxe
beleid. Door massaal kadaverbeelden te tonen, met hulp
van de media, publieke en commerciële, wast de
overheid de handen, het eigen imago schoon.
En daarmee ook het imago van het vlees op de markt:
wij hebben alles onder controle, geniet u rustig van
uw runderlapje, varkenskarbonaadje en van uw paaslam
en paasei. Zo werken ook politiek en economie, staat
en markt, met beelden. Om de kiezer-consument aan zich
te binden en te disciplineren aan het vleesaltaar.
Welke beelden hebben de vleeseters, de carnivoren,
de meerderheden der burgers vandaag van de boeren? Misschien
moeten we inderdaad beginnen bij dat icoon van het gouden
kalf. Dieren zijn er om goed geld, goud, mee te maken.
De goudgod regeert in de hokken, kooien en batterijen.
Dieren - vooral massaal industrieel gehouden - stapels
dieren, vlug slachtrijp gemaakt, leveren groot geld
op. De landbouw is verworden tot een economisch Staphorst.
De geldgod verbiedt daarom ook vaccinatie. De geldgod
eist risico, het offer van massale epidemieën,
uitbraken van varkenspest, BSE en MKZ, eens in de zoveel
tijd. Dat risico is ten volle de prijs waard, redeneren
economisch en financieel ingehuurde, wetenschappelijke
balans opmakers. Hogepriesters in de tempels waar de
dierenoffers worden gebracht, van slachthuis tot supermarkt.
In het kleine Nederland zijn voor die uitbraken beschaafd
onzichtbare vernietigingsovens ingericht. In Engeland
en Schotland zijn het nog heidens brandoffers in het
open veld. Het dier is een economisch offerdier geworden.
En dat heeft uiteindelijk de boer op zijn geweten. Die
houdt immers het dier, zo dicteert het stereotype beeld.
Zo simpel is het, denkt de burger volgzaam.
De boer ziet, hoort en leest het. Over zijn eenzame
gekwelde kop komt ook nog eens dit keiharde oordeel.
En het wordt van de confessionele kansel, net in de
lijdenstijd voor Pasen, versterkt als met geluidsboxen
uit de disco. 'Jij bent schuldig boer, boerin. Jullie
hebben je straf verdiend.' Voor dat woord is zeker het
Veluws gezin nog uiterst gevoelig. 'Gods straffende
hand treft nu eenmaal degenen die het gouden kalf hebben
aanbeden' dondert de zwarte dominee. 'Maar ik boer biologisch',
is de reactie van een jonge boer. 'Waarom treft God
mij dan? Ik heb maar twintig koeien, zelf gefokt, uit
oude stammen door onze familie generatielang opgebouwd.
Waarom moeten wij eronder lijden?' Het antwoord blijft
uit. Het oordeel is al geveld, de beelden zijn al opgericht.
De dierenactivisten leveren hun bijdrage aan de beeldvorming
van de hel, door de Dumeco-slachterij in Boxtel in de
brand te steken.
Wie, in de stad, niet zo zwaar dogmatisch denkt, niet
kerkelijk en de zondeleer voorbij, vormt zich vaak een
even vernietigend oordeel. Even generaliserend, in de
vorm van seculiere, ecologische mythische beelden. Zoals
deze: als je de natuur beledigt, haar wetten niet gehoorzaamt,
slaat ze terug, wreekt ze zich. De boeren roepen zo
zelf plagen over zich af, door zo smerig met hun vee
om te gaan.
Zo'n vooroordeel wordt duizendvoudig vergroot en versterkt,
als landbouwminister Brinkhorst weet dat zo'n oneliner,
zo'n versimpeling in het kwadraat, lekker valt bij zijn
liberale stadselectoraat. En ook hijzelf komt er mooi
mee weg. De handen schoon, flink en parmantig crisisbeherend
vol van medelijden en veel begrip tonend voor de zo
zwaar getroffen boeren families. Weer een welkom imago
dat goed verkoopt en daarvoor is gecreëerd.
Intussen heeft Brinkhorst in Brussel zijn veterinaire
en ambtelijke afgezanten laten instemmen met het onverkort
handhaven van het non-vaccinatiebeleid. Want de export
van vee en vlees is heilig. Daar komt de eigenlijke
aap uit de mouw, ofwel het gouden kalf dat door de handelaar
en schatbewaarder in Den Haag wordt aanbeden. Maar dat
beseft de burger niet. Die zweert bij zijn oordelende
beelden van de boer. Wat niet weet, wat niet deert.
Dat voedsel veel te goedkoop is gebleven, dat daarvoor
geen dier goed te houden is, daarvan worden de telkens
weer opdoemende beelden, uit monden van kritische deskundigen
en betrokkenen, met grote snelheid bestreden en omgehakt.
Dat bijvoorbeeld benzine, voedsel voor de motor, de
laatste twintig jaar vele malen duurder is geworden
dan brood, voedsel voor de maag, dat feit wordt met
alle macht voor de consument buiten beeld gehouden.
Inclusief de kwartjes van Kok op de benzineprijzen,
verkocht als ecotax. Een kwartje ecotax op het vlees,
voor een sociaal verantwoorde en ecologisch gerechtvaardigde
prijs voor de boer, wordt steeds door regeringen en
volksvertegenwoordiging geweigerd en weggestemd. Ook
die beelden liggen in de omroeparchieven verborgen.
Daar gaat het om het politiek-economische verhaal, een
abstract systeemverhaal dat niet aanspreekt. Dat verhaal
gaat over miljarden, niet over de eigen portemonnee.
Die waarheid is veel moeilijker in beelden te vatten
en dat is een godsgeschenk voor belanghebbenden en beleidsmakers.
Daar gaat het om statistieken, om snel verschietende
curven op het beursscherm, om getallen mystiek. En die
verstaan alleen ingewijden.
Voor die heilige geheimhouding moeten boer en boerin
bloeden. Zij zitten in het hetzelfde hok, in dezelfde
kooi gevangen als hun dieren. Zij worden evenzeer geofferd
en vernietigd, economisch en existentieel door faillissement.
Met beelden van deze waarheid moeten de heersende beelden
van de heersenden worden stukgeslagen. Want zo is de
harde werkelijkheid. Zo is de waarheid, waarvan de bekendwording
moet vrijmaken. De burger-consument zal deze waarheid
onder ogen moeten zien. Niet als schuldige, maar als
medeslachtoffer van economische machten die willen doorgaan
voor heilzaam, democratisch voor een vrije markt in
een vrije samenleving van keuzes.
Boeren zijn de kleine onmachtige uitvoerders geworden
van wat sinds jaar en dag van hogerhand wordt gedecreteerd.
De laatste drie, vier generaties boeren is stelselmatig,
vanaf de lagere landbouwschool tot de voorlichter voorgehouden;
'Je veestapel heeft geen toekomst. Je moet ondernemer
worden, je moet op de markt gaan concurreren. Alleen
de groten winnen. Ga maar naar de bak, neem krediet,
bouw grote stallen, stop ze vol. Koop dure machines,
doe je arbeider weg, doe alles zelf, maak meer overuren.
Laat je vrouw en kinderen meewerken, neem er een camping
bij, open een kampeerboerderij als je koeien in de zomer
toch buiten lopen. Wat stress? Je moet presteren. We
zullen een zuinig handje steun uit Brussel geven, anders
overleeft niemand van jullie. En de bank wacht niet
op afbetaling van je schulden.'
Zo is het boerengezin tot koelie, slaaf, lijfeigene
gemaakt van het agro-industriële kapitalisme, waaraan
ook de Nederlandse staat de laatste dertig jaar schatten
heeft verdiend, aan belastinggeld, BTW en EG-subsidies.
De eigenlijke verantwoordelijken voor deze totale landbouwcrisis
zijn de technocraten, groothandelaren, exportfirma's,
agro-giganten, banken, agro-politici. Zij wisten en
weten: we slaan maximaal kapitaal uit het platteland
als we de boeren - vooral de veehouders maar ook de
akkerbouwers en tuinders - laten overproduceren voor
onderprijzen. Wij vangen dat in de meerwaarden, te verdienen
op verwerking en verhandeling van de 'goedkope' grondstoffen
van boer en natuur. Elke keer weer meer dieren in een
hok, nog meer krachtvoer, nog hogere melkgift nog sneller
slachtrijp, een varken nu al binnen zes maanden, een
kuiken binnen zes week. Nog meer gif op akker en tuin.
Nog meer monoculturen. Nog meer productie- en dus winstmaximalisatie.
Daar gebruiken we de boeren voor. En als we zonder ze
kunnen nemen wij hun bedrijven over en managen we ze
als mega-industrieën.
Als er ziekte is, moet er de diagnose worden gesteld.
Als de ziekte maatschappelijk is, cultureel, ideologisch,
economisch, politiek, dan moeten op dat niveau diagnoses
gesteld worden. Op die analytisch-kritische manier worden
ook de beelden van zo'n geregerend systeem afgebroken
en ontmaskerd. Dan kunnen beelden ontstaan en bij burgers
bezorgd worden, die diagnose en therapie als mogelijke
weg zichtbaar maken. Een ongelofelijk karwei.
Want daar ligt een van de belangrijkste redenen waarom
de economische en politieke machten nog zo makkelijk
spel hebben in het heersende landbouwregime. Ze spelen
het spel alleen. De tegenspelers zijn met zijn allen
buitenspel gezet. Dat scoort gemakkelijk. Boeren en
burgers zijn machteloos. Ook de burgers, want zij zweren
nog bij hun negatieve beeldvorming over boer, landbouw
en platteland. Ze kijken niet veel verder dan de supermarkt.
Daar ligt het mooie rode vleeslapje, goed verpakt, in
een clean ogend vriesvak. Hoeveel de boer van de winkelprijs
krijgt, weet de consument niet. Het lapje vlees heeft
niets meer te maken met het dier waar het vandaan komt.
Opnieuw, wat niet weet, wat niet deert. Waarom is dat
beeld in de supermarkt zo almachtig en is het heilig
voor de grootindustrie, handel- en politiek? Macht werkt
zo met macht van beelden.
Er gaat pas iets veranderen - en dat begin is gaande
- als ook die beelden aan gruzelementen vallen. Als
de burger-consument de ogen opengaan. Als de angst voor
besmetting, ziekte, milieubederf, als zorg voor mens,
dier en natuur, een nieuw besef wekken en een nieuwe
burgerbeweging mobiliseren. Als de consument wordt van
blinde 'ham-burger' tot bewuste voedselgebruiker. Dan
ontstaat een nieuwe, grote coalitie, gedragen door een
nieuwe boerenbeweging. Met milieubeweging, derde wereldbeweging,
consumentenbeweging samen. Dan worden de beide uitersten
van de voedselketen met elkaar verbonden. Aan de ene
kant het boerengezin, met zijn dieren, grond, gewassen:
aan de andere kant de burger-consument. Die heeft electoraal
de absolute meerderheid, want allemaal moeten we eten.
Dan wordt de kloof gedicht tussen stad en platteland.
Dan ontstaan beelden van solidariteit en welzijn, van
gezond verstand. Dan wordt ook de politiek wakker. Landbouw
kan zo inzet worden van de komende verkiezingen.
Herman Verbeek in Hervormd Nederland 7 april 2001
Zie ook de tv-uitzending van Het zwarte schaap
(2001)
|