|
Interview met Dick Duzer van de LID door Jan Dobbe in Dier
Zomer 2005
Dat de LID beslist in een belangrijke maatschappelijke
behoefte voorziet, blijkt wel uit het enorme aantal
meldingen dat de dienst jaarlijks afhandelt. Via
het Meldnummer dierenmishandeling (0900-2021210;
10ct/min.) kwamen het afgelopen jaar 36.000 meldingen
binnen. Districtsinspecteur Dick Duyzer: `Ik werk
sinds 1989 bij de LID. In die tijd heb ik nogal
wat voorbij zien komen, maar het aantal in beslag
genomen dieren was nog nooit zo hoog. Steeds vaker
tref ik dieren aan die of uit gemakszucht of om
geld uit te sparen niet de verzorging krijgen
die ze nodig hebben. Dieren zijn steeds meer de
sluitpost. Ik zie het in de steden waar je mensen
met te veel dieren op een flatje aantreft en je
de urinelucht al ruikt als je binnenstapt. Die
mensen zorgen niet alleen slecht voor hun dieren,
maar verwaarlozen ook zichzelf. Buiten de stad
tref ik vaak paarden
en pony's aan waar niet naar wordt omgekeken.
Deze week nog werd ik bij een pony geroepen. Hij
had zulke lange hoeven dat hij bijna niet meer
kon lopen van de pijn. De eigenaar keek er niet
meer naar om, hij was druk bezig met een nieuw
huis...'
Boven 't hoofd gegroeid
Gelukkig hoeft Dick het werk niet alleen te doen.
Behalve twaalf beroepscollega's, die alle de status
van Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) hebben
en ieder een flink gebied onder hun hoede hebben,
werkt de LID met een netwerk van bijna 200 vrijwillige
inspecteurs die op lokaal en regionaal niveau
actief zijn. Dick: `Zij spreken met de eigenaar
van het desbetreffende dier en maken goede afspraken.
Uiteraard worden die afspraken ook gecontroleerd.'
Met de regelmaat van de klok komt het voor dat
mensen tegenover de inspecteur toegeven dat de
verantwoordelijkheid voor het dier ze boven het
hoofd groeit. Dick: `Mensen houden dieren waar
ze geen verstand van hebben. Ze kennen de behoeften
van het dier niet en weten te weinig over de gewenste
verzorging. Mijn ervaring is dat het merendeel
van die mensen er best voor open staat wanneer
je ze uitlegt hoe het wèl hoort. Soms kom
je samen tot de conclusie dat het beter is om
uit elkaar te gaan: men kan dan vrijwillig afstand
doen van een dier.' De LID heeft uitstekende contacten
met de Nederlandse dierenopvangcentra. Afstandsdieren
en in beslag genomen huisdieren komen doorgaans
na bemiddeling van de Dierenbescherming bij een
goed nieuw tehuis terecht.
Als het echt fout gaat
De meer ernstiger meldingen (2600 vorig jaar)
worden door de dertien districtsinspecteurs van
de LID onderzocht en afgehandeld. Vorig jaar moest
de LID in overleg met justitie helaas 2.099 dieren
in beslag nemen. Die werden zo ernstig mishandeld
of verwaarloosd en de situatie was zo uitzichtloos,
dat er geen andere oplossing was. Dick Duyzer:
`Wanneer mensen na een eerste waarschuwing niet
willen luisteren en niet beter voor hun dier gaan
zorgen, volgt een proces-verbaal. In het uiterste
geval kunnen we dieren in beslag nemen. Gelukkig
kunnen de meeste dieren dan weer worden opgelapt.
Via het asiel wordt er uiteindelijk een nieuwe
baas gezocht.' Een zeer ernstige zaak speelde
in Schelluinen (zie Dier
nr. 3 (2004) p. 17). Daar nam de LID in samenwerking
met de politie bijna 600 verwaarloosde dieren
in beslag. De eigenaar hield de dieren (honden,
kippen, eenden, konijnen en cavia's) onder erbarmelijke
omstandigheden in oude varkensstallen en zelfgebouwde
schuurtjes. Ze leefden in kleine hokken, op een
grote laag mest. Het welzijn van de dieren was
ver beneden peil. De dieren zijn uiteindelijk
aan de Dierenbescherming overgedragen. In dergelijke
zaken is het niet ongebruikelijk dat de Dierenbescherming
zich over de dieren ontfermt en een permanent
en veilig onderkomen voor de dieren zoekt. Gelukkig
stroomden de reacties na een oproep in de media
binnen en werd binnen enkele weken voor het grootste
gedeelte van de dieren een nieuwe baas gevonden.
Rug tegen de muur
Voor de wet hebben eigenaren van dieren een zorgplicht.
Dat houdt in dat ze hun dieren niet alleen goed
moeten voeden en drenken. Ze moeten ze zo nodig
ook medische verzorging geven en goede huisvesting
bieden. Als het misgaat, biedt de wet echter zeker
niet in alle gevallen een passende oplossing.
Dick Duyzer: `Voor veel diersoorten die als huisdier
worden gehouden, bestaan geen regels voor huisvesting
en verzorging. Denk aan cavia's, vissen, konijnen,
sierduiven of papegaaien. Als een dier bijvoorbeeld
in een rothokje zit, maar wel z'n kont kan keren
en z'n eten en drinken krijgt, kan ik niets doen.'
Mishandeling, verwaarlozing en verstoord dierenwelzijn
worden weliswaar strafbaar gesteld, maar straffen
worden pas gegeven als het om werkelijk ernstige
gevallen gaat: `Op dat moment is het natuurlijk
al te laat. Vóórdat het zo ver is,
zou al preventief ingegrepen moeten worden. Helaas
staan wij als inspecteurs wel eens met de rug
tegen de muur. Dan tref je dieren aan waar je
niets voor kunt doen omdat hun conditie nog goed
is, terwijl je ziet dat het de verkeerde kant
op gaat. Als de eigenaar dan niet wil luisteren,
kun je wettelijk niets beginnen. Dat is frustrerend.
En je weet: vroeg of laat komt er weer een melding
over hetzelfde dier. Je hoopt maar dat het dan
niet te laat is.'
Autoriteit LID
Bij de interpretatie van de wet zijn specialisten
nodig die in de praktijk kunnen vaststellen wanneer
het welzijn van een dier wèl, en wanneer
het welzijn niet wordt aangetast. Dick Duyzer:
"De wet laat veel ruimte voor interpretatie.
Wanneer maak je je enig schuldig aan `het onthouden
van de nodige zorg'? Wat is precies 'mishandeling'?
En wat moet je verstaan onder `verwaarlozing'?
Het is niet zwart-wit gesteld. Excessen zijn voor
iedereen duidelijk. Dan bestaat er geen twijfel.
Maar wanneer gaat het nog net wel goed, en wanneer
niet meer? Dat is het terrein waarop de LID-inspecteur
specialist is. Wij kennen de dierenwelzijnswetgeving
op onze duim en hebben bovendien verstand van
de behoeftes van verzorging van dieren. Die combinatie
maakt dat LID-inspecteurs ook door anderen als
een autoriteit worden beschouwd.'
Hulp en bijstand
De LID heeft in de loop van haar lange bestaan
een schat aan kennis en ervaring opgebouwd. Die
wil zij graag ten dienste stellen van organisaties
die zich eveneens met handhaving en controle bezighouden,
zoals politie, AID, RVV en justitie. De LID verleent
dan ook regelmatig hulp en bijstand, bijvoorbeeld
in de vorm van kennisoverdracht, advisering of
het daadwerkelijk overnemen van bepaalde zaken.
`Ik word wekelijks en af en toe zelfs dagelijks
gebeld door de politiekorpsen in mijn district
met het verzoek om ondersteuning', aldus Dick
Duyzer. `Ik vind dat een goede ontwikkeling. Als
de politie twijfelt, omdat ze bijvoorbeeld een
hond in een woning aantreft die in een kleine,
vervuilde kamer gehouden wordt, maar die wel te
eten en te drinken krijgt, kan ik de twijfel wegnemen.
In de politieopleiding wordt minimaal aandacht
besteed aan dierenwelzijnswetgeving, dus wat wil
je?' De regiopolitiekorpsen hebben tegenwoordig
wel een "groene" eenheid milieupolitie.
Deze eenheden hebben meer affiniteit met dierenwelzijn.
Bovendien kunnen zij ook op dierenwelzijn toegespitste
cursussen volgen. Dick: `Maar ook voor deze politiemensen
blijft het een dilemma: Wie bepaalt of een situatie
waarin een dier verkeert wel of niet acceptabel
is? Wie bepaalt of het dier in beslag moet worden
genomen? In die gevallen wordt de LID ingeschakeld.
En dat is een goede zaak. Een goede samenwerking
met de politiekorpsen en de AID leidt direct tot
beter dierenwelzijn! |