Homepage
 
Informatie
 
Opinie
 
Meer opinie
 
Reactie
 
Zoeken
 
op aanbevolen sites

 

 
Ondertekenaars
tegen bio-industrie
Artikelen (columns) van journalisten en experts Persoonlijke verhalen Agro
business
Passie Project  
 
 




Nederlands

Strijd voor dier is kwestie van beschaving

De Partij voor de Dieren strijdt voor vijf vrijheden van het dier. Daarmee waant ze zich nog niet moreel superieur, vindt Bernd Timmerman (Volkskrant 23 december 2006).   Bernd Timmerman is historicus, voormalig adjunct-directeur Dierenbescherming en voormalig vicevoorzitter van de Partij voor de Dieren.
     

Historica Amanda Kluveld geeft in het Betoog van de Volkskrant op 16 december een vileine analyse van de opmars van de Partij voor de Dieren. Haar constatering dat die partij pronkt met haar morele superioriteit is volstrekt onjuist.
En passant diskwalificeert zij ook de mensen die op deze partij hebben gestemd. Nota bene een belangrijk deel van de achterban van haar eigen organisatie, de Dierenbescherming. Het opkomen voor de belangen van anderen, mensen en dieren, heeft niets met morele superioriteit te maken, maar alles met ethiek en onrecht. Net zoals de rechten van mensen zijn vastgelegd, gaat dit ook gebeuren met de rechten van dieren.
De dierenrechtenbeweging is een sociale beweging. Groene organisaties hebben 4 miljoen leden en donateurs. De organisaties die opkomen voor de belangen van dieren vullen elkaar goed aan. Zij willen een nieuw maatschappelijk contract, waarin de rechten van landbouwhuisdieren, dieren in het wild, gezelschapsdieren en dieren die gebruikt worden voor medische proeven, worden vastgelegd.
Uitgangspunt zijn vijf basale rechten:

  1. Vrij zijn van dorst, hongeren ondervoeding.
  2. Vrij zijn van fysiek en fysiologisch ongerief.
  3. Vrij zijn van pijn, verwondingen en ziektes.
  4. Vrij zijn van angst en chronische stress.
  5. Vrij zijn om het normale gedrag te kunnen vertonen.
     

Binnen deze dierenrechtenbeweging zien we een Amsterdamse en een Haagse school. De eerste kenmerkt zich door een geringe organisatiestructuur, one-issue belangen, inzet van actie- en protestmiddelen, een kleine, actieve achterban en een compromisloos handelen. Voorbeelden hiervan zijn Wakker Dier en Bont voor Dieren.
De Haagse school daarentegen kiest ervoor om de belangen van alle dieren te behartigen, de organisaties zijn professioneel gestructureerd, er wordt voor het overlegmodel gekozen met af en toe ludieke acties, en in het belang van de lange termijn-doelen worden compromissen gesloten. Er is sprake van een brede achterban uit diverse lagen van de bevolking. De Dierenbescherming en Proefdiervrij zijn hier de belangrijkste spelers.
De aanpak van de Partij voor de Dieren past binnen de Amsterdamse school: communicatie gericht op protest, geringe structuur en vooralsnog niet bereid tot compromissen. Wel komt de partij op voor alle dieren. Hiermee is ook de winst verklaard bij de recente verkiezingen. Bijna 180.000 mensen laten weten -inderdaad van rechts tot links- dat zij een verandering willen zien in het beleid ten aanzien van alle dieren in Nederland. Dat de Partij voor de Dieren het lastig krijgt omdat zij geen compromissen wil sluiten, is duidelijk. Ook kan de achterban bij elke stemming over een niet dier-gerelateerd onderwerp fluctueren.
Gelukkig hebben we tal van organisaties in Nederland die wel compromissen sluiten en daarmee grote successen boeken. De lijst met bereikte resultaten van de Dierenbescherming is bijzonder groot. Een aanjager in het parlement is echter geen overbodige luxe om andere politieke partijen in actie te houden en de goede zaak door politici niet te laten vergeten.
Tonen de Dierenbescherming en de Partij voor de Dieren zich moreel superieur door op te komen voor de vijf vrijheden van dieren? Dit verwijt is nonsens. Is er dan ook sprake van morele superioriteit bij mensen die zich inzetten tegen vrouwenbesnijdenis, eerwraak, kinderarbeid, vrouwenmishandeling, discriminatie, racisme en uitstoot van schadelijke stoffen?
Een essentieel kenmerk van sociale bewegingen is immers dat zij actief willen ingrijpen in sociale, religieuze, culturele, economische en/of juridische processen. Het stimuleren van moreel handelen en het pleiten voor ethisch handelen door de Dierenbescherming en de Partij voor de Dieren is geen synoniem voor morele superioriteit.

     
De steunbetuigingen van bekende personen -waarvan de Partij voor de Dieren, maar ook de Dierenbescherming gebruik maakt- geven ook aan dat de sociale beweging is gegroeid. Kees van Kooten, Paul Cliteur, Mensje van Keulen, Ivo de Wijs en Jan Wolkers spreken zich uit over dit ernstige onrecht. Daar kan niets mis mee zijn. Zij zetten mensen aan anders te gaan denken over het dier. In plaats van een werktuig voor menselijk handelen, benadrukt de beweging dat dieren eigen belangen hebben. Ieder dier heeft immers een intrinsieke waarde los van het doel voor de mens.
Vredesbeweging, milieubeweging, vrouwenbeweging en dierenrechtenbeweging zijn allemaal relatief nieuwe sociale bewegingen. Iedere beweging die opkomt voor de rechten van een ander zal uiteindelijk streven naar dat nieuwe maatschappelijke contract waarbij erkend wordt dat mensen én dieren bepaalde rechten hebben. De vijf vrijheden van dieren komen er. Dat is geen denken vanuit superioriteit, dat heet geloven in beschaving en strijden tegen onrecht. Daar is onze beschaving op gebouwd. Ethiek is echt iets anders dan morele superioriteit.