|
Ik ben archeoloog. Ik heb zojuist een belangrijke vondst
gedaan, in een laag die dateert uit het Obsceen, de
periode die volgde op het Holoceen, zo'n 5000 jaar geleden.
Het Obsceen wordt gekenmerkt door een laag ondefinieerbare
zwarte stinkende pulp met daarin de wonderlijkste voorwerpen:
verwrongen blik, versteende hamburgers, geplette plastic
jerrycans, roestige kabels, rafels fijne lingerie, scheepswrakken,
ski's, beschimmelde luiers, brillen, platte toetsenborden
met vage tekens erop, gouden en zilveren sieraden, handgranaten,
kelders vol met mest, tonnen puin met glas en kilometers
lange linten bitumineus materiaal waarvan ik het nut
nog niet begrijp. Er zitten ook duizenden en duizenden
glibberige rubberen vingers met opgekrulde randjes in
waarvan het doel niet moeilijk is te raden. Die vingers
zijn over de hele wereld ongeveer hetzelfde, en ze zijn
daarom een bruikbaar gidsfossiel voor het Obsceen. Het
valt niet mee in deze laag te graven, en nog veel minder
om er enige logica in te brengen. Het is bovendien gevaarlijk
want er zitten sterk radioactieve staven tussen, en
flesjes met giftige stoffen.
Ik deed mijn vondst bij opgravingen in Engeland, in
een pakket dat van rond het jaar 2000 AD moet dateren.
In een sleuf in het landschap vond ik duizenden volstrekt
gave skeletten van grote evenhoevigen: koeien, schapen,
varkens, allemaal netjes gesorteerd op soort, net als
in een museum. Ons team is jaren bezig geweest met het
zorgvuldig uitgraven van al die skeletten, en het is
volstrekt duidelijk dat het allemaal gezonde dieren
waren. Er zijn geen sporen van strijd, verwondingen
of afwijkingen door ziektes. Alleen hadden ze allemaal
precies op dezelfde plaats een rond gat in hun kop.
Wij weten niet waarom zij zijn gedood, en waarom hun
kadavers allemaal bijeengebracht zijn. Want dat zij
niet in deze keurig uitgegraven sleuf zijn gestorven
is wel te zien aan de wijze waarop zij opgestapeld liggen.
Bij elk skelet lag ook een geel label. Zijn dit inderdaad
museumlabels, of merktekens van een vroegere opgraving,
of grafschriften? Wij staan nog voor een raadsel. Uit
oude overleveringen is wel bekend dat de Obscenen de
god Mammon aanbaden, maar waarom die god zulke uitzinnige
dierenoffers vergde begrijpen we nog niet.
Ik heb nog maar één keer eerder iets
dergelijks in mijn loopbaan gezien, in de Balkan, ook
in een sleuf uit dezelfde periode, bij een plaatsje
dat op oude kaarten Srebrenica heet. Maar daar waren
het skeletten van mensen, ook vaak met ronde gaten in
de schedels, maar niet zo netjes, en ook wel met stukgeslagen
ledematen. Bovendien ontbraken hier de gele labels.
Het is niet duidelijk waarom in het ene geval mensen
en in het andere dieren werden geofferd, en waarom de
mensen slordiger zijn behandeld dan de dieren. Zijn
het culturele verschillen? In elk geval toont de buitensporige
omvang van de offers en de vergelijkbare wijze van doden
en begraven aan dat beide culturen uiterst barbaars
waren. Dit tijdvak wordt niet voor niets het Obsceen
genoemd.
Salomon Kroonenberg
Deze column verscheen 12 april 2001 in Intermediair
|