|
door Titus Rivas
Eigenlijk zijn alle dieren die worden gedood
voor menselijke doeleinden erg jong. Landbouwhuisdieren
worden in de bio-industrie nooit ouder dan enkele
jaren en vergeleken met een gemiddeld mensenleven
moet je dat echt kort noemen. Maar ook als je
soortspecifieke maatstaven gebruikt, worden dieren
in de veehouderij jong geslacht. Gebruik makend
van online gegevens, komen we erachter dat melkvee
in de bio-industrie bijvoorbeeld gemiddeld niet
ouder wordt dan vier en een half jaar, terwijl
de koeien in feite wel 30 jaar oud kunnen worden.
Mestkuikens worden maar 6 weken oud. Varkens kunnen
een leeftijd van 15 tot 25 jaar bereiken, maar
in de bio-industrie worden ze al na 12 tot 25
weken geslacht. Lammetjes worden soms ‘pas’
geslacht als ze 5 maanden oud zijn, maar in het
voorjaar is het vlees van de zogeheten ‘zuiglammetjes’
populair van 8 tot 12 weken oud. Kleine kalkoenen
worden geslacht op een leeftijd van 12 weken,
grote kalkoenen op een leeftijd van 16 tot 20
weken. Konijnen na 11 weken en eenden als ze 7
weken oud zijn. In de bontindustrie worden nertsen
al na 7 maanden gedood.
Daarnaast zijn er ‘nutteloze’ dieren
zoals de eendagskuikens en geitenbokjes die zo
snel mogelijk worden afgemaakt, soms op ronduit
barbaarse wijze.
Aan dit alles zien we dat landbouwhuisdieren een
veel korter leven hebben dan ze in de natuur zouden
kunnen leiden. Niet alleen hebben dieren in de
bio-industrie bepaald geen goed leven, ze leven
ook nog absurd kort. Voor zogeheten kistkalveren
e.d. is het bestaan bovendien ronduit onleefbaar.
Het leven van scharreldieren is vaak iets beter
en duurt in veel gevallen ook iets langer (soms
tot twee keer zo lang), maar echt lang kun je
het nog steeds niet noemen.
Kindermoord
Uit angst dat hij uiteindelijk onttroond zou worden
door Jezus beval koning Herodes om in Bethlehem
en omstreken alle jongens van twee en jonger te
doden. Deze gebeurtenis staat ook wel bekend als
de moord op de ‘heilige onschuldigen’,
omdat kinderen per definitie geacht worden rein
en zuiver te zijn.
Het doden van kinderen, en in het algemeen kinderen
iets aan doen (in de vorm van mishandeling, verwaarlozing,
etc.) wordt door praktisch iedereen gezien als
een extra grote misdaad die zwaarder bestraft
moet worden dan misdaden tegen volwassenen. Daders
die zich er schuldig aan maken lopen ook eerder
het risico een vorm van therapie opgelegd te krijgen.
Kindermoord stuit ons bijna allemaal tegen de
borst omdat - zeker jonge -kinderen volkomen weerloos
zijn, niets misdaan (kunnen) hebben, en volkomen
afhankelijk zijn van volwassenen.
Toch schrikken veel mensen kennelijk niet terug
voor het (laten) doden en consumeren van miljoenen
en miljoenen erg jonge dieren per jaar.
Onderdrukte vertedering
Veel mensen voelen zich aangetrokken tot jonge
zoogdieren en vogels. Het ‘snoezige’
uiterlijk, maar ook de onbeholpenheid, kwetsbaarheid,
aanhankelijkheid en speelsheid spreken misschien
wel de meesten van ons onwillekeurig aan. Volgens
bepaalde ethologen en psychologen zou dit samen
kunnen hangen met gevoelens die mensen van nature
voor jonge kinderen dienen te ontwikkelen om hun
veiligheid en voorspoedige ontwikkeling te garanderen.
Jonge dieren lijken in diverse opzichten op onze
eigen jongen en dat zou verklaren waarom ze ons
bijna automatisch gunstig weten te stemmen.
Een andere theorie zou kunnen zijn dat jonge dieren,
waaronder kinderen, mede zo ontwapenend zijn en
zulke positieve gevoelens opwekken doordat ze
totaal ongevaarlijk zijn en ons alle ruimte bieden
tot emotionele identificatie (empathie) en daardoor
ook mededogen (sympathie).
Jonge dieren roepen buiten de context van de veehouderij
hoe dan ook regelmatig vertedering op, maar dat
weerhoudt producenten en consumenten er kennelijk
niet van ze massaal op te offeren voor culinaire
en andere genoegens. Hoe is dit macabere fenomeen
te plaatsen?
Eén mogelijke verklaring is dat het doden
van jonge dieren zoveel mogelijk aan het zicht
onttrokken gebeurt, zodat je er alleen mee geconfronteerd
wordt als je er direct bij betrokken bent. Zo
was een kennis van mij een tijdlang werkzaam in
een slachthuis en kwam hij er pas na enige tijd
achter dat een medewerker zoals hij geacht werd
niet alleen volwassen varkens maar ook jonge,
baby-achtige speenvarkens te doden. Hij vond deze
ervaring zo schokkend dat hij moedwillig een ‘ongeluk’
veroorzaakte waarbij hij in zijn eigen duim sneed
om in de ziektewet te belanden. Dit voorval maakt
het denkbaar dat veel mensen domweg niet beseffen
hoe oud de dieren die ze eten nu eigenlijk zijn.
Ik ken zelf een vleeseter die zich al jaren bewust
onthoudt van het vlees van onvolgroeide of erg
jonge dieren, wat aantoont dat de leeftijd van
de geslachte dieren ook voor mensen die geen vegetariër
zijn wel degelijk moreel verschil kan maken.
Naast onwetendheid kan er ook nog een extreme
vorm van ontkenning meespelen, verwant aan wat
ik eerder heb beschreven in mijn artikel De ontkenning
van onrecht. Een voormalige vrouwelijke collega
van mij vond het bijvoorbeeld niet erger als je
jonge dieren gebruikte voor consumptie, maar juist
minder erg! De dieren kunnen namelijk nog nauwelijks
van het leven geproefd hebben als ze jong worden
gedood, zodat ze feitelijk minder zouden verliezen
dan een volwassen dier dat al volop aan het leven
zou hechten. Als je deze redenering doortrekt,
zou ook het doden van jonge mensenkinderen inclusief
baby’s minder kwalijk moeten zijn dan het
doden van volwassenen.
Iemand met een kookrubriek ging zelfs zover te
stellen dat lamsvlees de voorkeur zou verdienen
boven andere soorten vlees, omdat je bijna zeker
zou weten dat de lammetjes een relatief vrij leven
hebben geleid. Dat gegeven zou met andere woorden
belangrijker moeten zijn dan het besef dat ze
reeds als lammeren geslacht zijn.
Het doden van jonge dieren als uiting van speciësisme
Mensen die vlees eten staan heel anders tegenover
de jongen van dieren dan tegenover menselijke
kinderen. Veel vleeseters vertonen op bewust niveau
waarschijnlijk geen bijzondere bezwaren tegen
het consumeren van onvolwassen of jonge dieren,
omdat ze niet beseffen hoe jong de dieren in kwestie
zijn of omdat ze zulke bezwaren zodra ze in hen
opkomen direct weer onderdrukken. Dit hangt samen
met het alom tegenwoordige speciësisme. Diepgewortelde
reacties zoals vertedering en de drang om een
kwetsbaar wezen te beschermen, gevoelens die samenhangen
met onze morele intuïties, worden opzij geschoven
ten behoeve van de eigen genoegens, op een manier
die als stuitend en misdadig zou worden ervaren
als het jonge soortgenoten zou betreffen. We verloochenen
misschien nergens zo sterk ons potentieel aan
menselijkheid en mededogen als in situaties waarin
we weerloze jonge wezens onnodig kwaad doen.
De weerstand tegen zeehondenbont is versterkt
door beelden van jonge zeehondjes die meedogenloos
worden doodgeknuppeld. Het is niet ondenkbaar
dat vergelijkbare beelden van jonge landbouwhuisdieren
kunnen helpen het speciësisme verder aan
het wankelen te brengen waar het gaat om de eigen
consumptie van vlees.
In feite zijn alle dieren die gedood worden voor
hun vlees of huid te jonge dieren, omdat ze de
vrijheid zouden moeten hebben zo lang mogelijk
in leven te blijven.
|