Homepage
 
Informatie
 
Opinie
 
Reactie
 
Zoeken
 
op aanbevolen sites

 

 
Visie op
dierenrechten
Verdieping en nuancering Visie op
bio-industrie
Visie op
huisdieren
 
 
 

 

Nederlands

Toekomstvisie ex-landbouwminister: respect en duurzaamheid zonder inhoud

Landbouwminister Verburg heeft op 16 januari 2008 haar toekomstvisie op de veehouderij naar de kamer gestuurd. Deze toekomstvisie roept een aantal vragen op.   De minister wil naar een veehouderij die produceert met respect voor mens, dier en het milieu. Hier uit volgt automatisch dat dat respect voor mens, dier en milieu dus nu nog ontbreekt.
     

In Nederland worden per jaar ruim 400 miljoen dieren respectloos gefokt en geslacht. Over een periode van vijftien jaar zijn dat er dus 11,2 miljard.
Waarom moet het van deze CDA-minister nog vijftien jaar voor dat dat respect, mate name ten opzichte van dieren, er wel is. Het CDA en haar aanhangers beschouwen zich als rentmeesters van Gods schepping. Lekkere rentmeesters....
De minister specificeert nergens wat zij onder ‘respect’ bijvoorbeeld ten opzichte van dieren verstaat. Er zijn talloze voorbeelden te geven van respectloze behandeling van dieren: (onverdoofd) castreren van varkens, het (onverdoofd) snavelkappen van kippen, het versnipperen van haantjes, het (onverdoofd) onthoornen van koeien. Waarom noemt de minister die niet en zegt ze er niet bij wanneer deze walgelijke praktijken moeten zijn gestopt.
De minister ziet vier nieuwe uitdagingen. Deze uitdagingen gaan alle vier over de portemonnee van de veehouder. In geen van de genoemde uitdagingen wordt over het welzijn van dieren of de toestand van het milieu gerept.
Over het dierenwelzijn meldt de minister slechts: ‘Dierenwelzijn kan botsen met goede arbeidsomstandigheden en bescherming van het milieu.’
Het is deze zin die haarscherp aangeeft dat de minister in haar toekomstvisie over de veehouderij, niet de belangen van het vee, maar die van de veehouder op het oog heeft.
De minister zegt dat in 2011, dus over drie jaar, 5% van de stallen voor kippen, koeien en varkens, duurzaam moet zijn.
Wat die duurzaamheid precies inhoudt, wordt niet gespecificeerd. Er wordt volstaan met vage volzinnen over de mogelijkheid om ‘natuurlijk gedrag te kunnen vertonen’.
(Terzijde: Dieren vertonen geen gedrag, het zijn anders dan mensen geen toneelspelers. Dieren gedragen zich! Het zijn mensen die ze dat gedrag ontnemen.)

Voor wat betreft de koeien is het streven van de minister al bij voorbaat onmogelijk te realiseren. Er is op dit moment een ongekende investeringsgolf in de melkveehouderij aan de gang. De nieuwe stallen (volgens bestaand, dus niet duurzaam concept) schieten als paddenstoelen uit de grond. Binnen drie jaar heeft elke melkveehouder een nieuwe (dus volgens huidige en dus oude normen) stal neergezet.
Fiscale afschrijvingstermijn: 30 jaar, economische afschrijvingstermijn; oneindig. Duurzame stallen in de melkveehouderij? Vergeet het maar.

Over de kippen kunnen we kort zijn: de minister weigerde al eerder de verrijkte legbatterij te verbieden. Per 2013 wordt in Europa de legbatterij, na 20 jaar strijd, verboden. Het antwoord van de sector is een verrijkte legbatterij. Een verrijkte legbatterij geeft de kip 2,5 centimeter meer ruimte. Omdat de verrijkte legbatterij een nieuw concept is, geldt het verbod van 2013 niet voor deze stallen. Zelfs een blind kind kan zien dat de sector met deze verrijkte legbatterij een truc probeert uit te halen. De minister vindt evenwel van niet, en weigert deze verrijkte stallen te verbieden.  Dat zegt al genoeg over de duurzaamheidvisie van de minister voor deze sector.

De minister vindt dat megastallen voor varkens mogelijk moeten zijn, mits deze stallen kunnen worden ingepast in de wens van de samenleving. De sector gaat volgens de minister samen met provincies en gemeenten bekijken hoe dat het beste kan.
Dit is werkelijk bij de wilde konijnen af. Een meerderheid van de kamer is tegen megastallen voor varkens. De minister vond eerder dat ze daarin geen taak had. Zij vond naar aanleiding van vragen dat boeren zelf wel kunnen bepalen wat de optimale schaalgrootte van hun bedrijf is. Nu wordt de fopspeen van de dialoog met de samenleving uit de kast gehaald.

De politieke realiteit is als volgt: Op provinciaal niveau zijn ontwerpstreekplannen in discussie gebracht, waarin de bebouwde oppervlakte van agrarische kavels bij boerderijen wordt opgerekt van 7000 vierkante meter naar 20.000 vierkante meter. Voor bedrijven waar de dieren niet naar buiten kunnen wordt dat 100.000 vierkante meter.
Vooruitlopend op deze ontwerpstreekplannen hebben, in ieder geval in het noorden van het land, gemeenten bouwvergunningen afgegeven voor megastallen voor koeien die de huidige norm van 7000 vierkante meter te boven gaan.
Dat gaat via een zogenoemde artikel 19 procedure. Deze procedure geeft elke burger de mogelijkheid in beroep te gaan. Moet u eens proberen! De gemeente verklaart u  niet ontvankelijk, omdat u geen veehouder bent, of niet in de buurt van zo’n megastal woont. En als u het dan toch op een procedure bij de raad van state laat aankomen, wordt er desondanks vrolijk doorgebouwd.

Stel dat de burger die procedure wint, wie denkt u dat de dan inmiddels gebouwde stal gaat afbreken?
De gemeente zeker niet. Die komen alleen in actie als een burger een kippenhok, een dakkapel of een schuurtje zonder vergunning bouwt.

Tenslotte de instrumenten die de minister gaat inzetten. Ik tel aan het einde van de toekomstvisie 7 instrumenten die stuk voor stuk neer komen op het doorsluizen van nieuwe harde subsidiestromen naar de veehouderij, zonder dat van diezelfde veehouderij harde tegenprestaties worden verlangd.
De toekomstvisie van de minister komt neer op een doorzichtige poging om politieke stromingen die het belang van dieren serieus nemen, wind uit de zeilen te halen. 
Tegelijk wordt hiermee ook haarscherp duidelijk dat, zoals op het ministerie van landbouw te doen gebruikelijk is, de toekomstvisie eerst ter goedkeuring is voorgelegd aan LTO Nederland.

Deze belangenbehartigers hebben er - voor zover aanwezig - eerst de scherpe kantjes afgehaald. Vervolgens wordt de schuld van de huidige situatie in de veehouderij bij de consument gelegd, want die wil immers niet betalen. En tenslotte trekt de minister een nieuwe slagroompot van subsidies open.

De toekomstvisie van minister Verburg is zo beschouwd een leeg verhaal.

     
Ter nadere informatie, de kerncijfers van de Nederlandse veehouderij. De jongste cijfers (2005) uit de landbouwtelling 2007 (LEI/CBS) zijn :
Kippen
Varkens
Rundvee
Schapen
Kalkoen
Eenden
Pelsdieren
Konijnen
Geiten
Paarden/pony’s
  92,9 mln (waarvan 44,5 mln mestkuikens)
11,3 mln (waarvan 9,7 mln vleesvarkens)
3,8 mln (alle koeien,kalveren stieren)
1,3 mln
1,2 mln
1 mln
692.000
360.000
292.000
133.000
     

Maakt samen 113,6 mln dieren.

Mestkuikens leven 6 weken, We gaan uit van acht werkgangen per jaar  (er wordt ook wel eens schoongemaakt) dus worden er jaarlijks (8x 44,5 mln) 356 mln geslacht.

Daar komen de legkippen (45 miljoen per jaar) bij nog. Een legkip gaat na ongeveer een jaar in de soep.
Vleesvarkens leven zes maanden. Daarvan worden er dus (2x 9,7 mln) 19,4 mln per jaar geslacht. Samen met de kippen maakt dat ruim 400 mln dieren.
Naar schatting komt de rest van de slachtingen op zo’n 5 mln per jaar.
In de totale veehouderij gaat het daarbij dus om ruim 754 mln dieren per jaar.

 
Auteur Bert Stoop
 
Deze pagina beschrijft één aspect van de invloed die de mens heeft op de kwaliteit van het leven van een dier. Andere pagina's beschrijven andere aspecten, waarmee we samen willen bevorderen dat (internationaal) het bewustzijn groeit dat vrijheid evenzeer van belang is voor een dier.
Wanneer u deze tekst waardeert, kunt u deze verspreiden, bijvoorbeeld via de sociale media.
Wanneer u ons wilt steunen dan is een donatie welkom. Klik hier voor een verantwoording en de doelen waar we aanwerken..