Homepage
 
Informatie
 
Opinie
 
Meer opinie
 
Reactie
 
Zoeken
 
op aanbevolen sites

 

 
Visie op
dierenrechten
Verdieping en verbreding Visie op
bio-industrie
Visie op
huisdieren
 
 
 




Nederlands

Vrijheid krijgt altijd minder eer dan het verdient

Op de Veteranendag van 29 juni 2006 spreekt Indië-dienstweigeraar Jan Maassen. 58 jaar geleden “wilde hij niet vechten tegen een volk dat vrij wilde zijn en vrij hoorde te zijn”.
Maassen houdt een pleidooi voor eerherstel voor de toenmalige pacifisten. Maassen zat voor zijn edele daad een gevangenisstraf uit langer dan sommige SS-ers.
Ook heden ten dage zijn er militairen die weigeren naar Uruzgan te gaan. Ook hen wacht een gevangenisstraf. Beide groepen zijn niet goed te vergelijken. De militair van vroeger had een dienstplicht en zag het beknotten van de vrijheid van andere volken niet als het verdedigen van de belangen van de eigen vrijheid. De hedendaagse militair gaat vrijwillig in dienst en zich onttrekken aan de contracten wordt vreemd genoeg niet als contractbreuk gezien, maar als dienstweigeren.

 

In beide gevallen zal de overeenkomst er in zitten dat het leger en het deel van de samenleving die wel kiest voor militaire actie zich in de eer voelt aangetast. Wie ben jij, individu, dat jij denkt het beter weet dan de massa?

Zoals de vis zich niet bewust is van de waarde van het water dat voor hem vanzelfsprekend is, is de mens zich altijd te weinig bewust van het recht op vrijheid voor alle levende wezens in de natuur.

In dit artikel wordt een vergelijking gemaakt met de reactie die dienstweigeraars te zien krijgen en die consuminderaars en vegetariërs ten deel valt.

 

Wilmar Taal schrijft op Internet (2001)

Eer in klassiek-teleologische context: een analyse van de grootmoedigheid in de ethiek van Aristoteles

Aristoteles bespreekt in de Ethica Nicomachea de drie gangbare levenswijze en de daarmee verbonden opvattingen van geluk: genot, eer en beschouwelijk inzicht. In twee opzichten is eer een uitwendig goed: achting en aanzien zijn afhankelijk van anderen en eerbetoon bestaat in uiterlijke zaken. Eer komt iemand toe op basis van diens aretè, deugd of voortreffelijk optreden. Een tweetal deugden komt hiervoor in aanmerking: de megalopsychia of grootmoedigheid en de juiste ambitie. Grootmoedigheid houdt in dat iemand die zichzelf grote dingen waardig acht, deze ook waardig is. Het is een normatief begrip: er is een terechte en juiste aanspraak op eer. Grootmoedigheid wordt niet rechtstreeks als doel nagestreefd. De grootmoedige streeft de eervolle zaken na. De mensen of de massa interesseren hem niet, alleen de mening van hen die zelf goed zijn. De grootmoedige komt zelfgenoegzaam over, dit is echter verbonden met de conceptie dat het doel van het leven bestaat uit het zo goed mogelijk volbrengen van het leven. Het is een ideaal van de toenmalige samenleving.

Eer in de moderne cultuur

De socioloog Peter Berger stelt dat eer een moreel concept is dat niet van deze tijd is en niet meer werkzaam in onze cultuur. Het is een restant van hiërarchisch gevormde samenlevingen, en heeft nog slechts betekenis in adellijke kringen, het leger of welomschreven beroepsgroepen. Berger omschrijft eer in de moderne samenleving als waardigheid: de klassieke eer was die van een individu in verband gebracht met de erkenning van de eigenwaarde in de gemeenschap. In de moderne tijd is het individu bevrijd uit de overgeleverde rollen en beroept zich op eigen belangen.

De hedendaagse Franse filosoof Ricoeur verbindt eer met gelding en erkenning die voor het bestaan onmisbaar zijn. Mensen neigen vaak naar hebzucht, heerszucht en eerzucht. Ricoeur breidt deze uit naar drie maatschappelijke sferen: de economische orde van het bezit, de culturele orde van de gelding en de politieke orde van de macht. Ricoeur stelt dat verlangen naar, genieten van en verlenen van eer betekenis heeft in de zin van het verlenen van eer aan anderen. Ricoeur stelt dat eer best wel in verband gebracht mag worden met bezit en macht. Eerzucht legt hij uit als het streven naar erkenning en waardering door anderen. Deze eigenwaarde, merkt Ricoeur op, is wel een kwetsbare, ijdelheid, aanmatiging en jaloezie kunnen het gevolg zijn.

In het moderne taalgebruik wordt eer vooral in verband gebracht met eerbied, als eerbiedwaardigheid en in de zin van aanzien. In de eerste zin kan eer worden gezien als erkenning: eerbied als verhouding tot anderen, maar ook als verhouding tot zichzelf (trots, zelfrespect). In de tweede zin is eer verbonden met het tonen van eerbied aan een ander. In de derde zin is eer het aanzien, het prestige, de reputatie, de goede naam, de roem of beroemdheid.

Tot zover Taal.
     

Wanneer we met deze ethische inzichten kijken naar de situatie van de dienstweigeraar dan kun je stellen dat het onthouden van eer aan degene die met zijn niet-handelen het wel-handelen aan de kaak staat, een zwijgend straffen is. Het is de straf voor degene die kiest voor de vrijheid, het loslaten als hoger doel dan de gemeenschappelijke eigen belangen van de grote groep. Het is helaas een niet-officiële straf, waartegen geen beroep mogelijk is, want de straf is onuitgesproken.

Het ongenoegen van de groep die het eigen belang boven dat van de ander stellen treft ook consuminderaars en vegetariërs. Ook zij geven met het niet-handelen het signaal af dat materialisten en vleeseters nalaten de belangen van degenen die zij treffen te respecteren.

De meeste van de weigeraars blijven gelaten onder het gebrek van waardering door anderen. Hopelijk is hun overtuiging sterk genoeg om dat te blijven dragen. Het heeft geen zin om eer af te smeken. De moderne mens doet er het beste aan om zelfrespect te verwerven en zonder frustraties het goede voorbeeld te blijven geven.

Vrij naar Mihaly Csikszentmihalyi:
De boeddhisten hebben wat dit betreft een goed advies: ‘Doe altijd alsof de toekomst van het universum afhankelijk is van jouw daden, maar lach om jezelf wanneer je denkt dat jouw daden enige invloed hebben.’ Deze ernstige speelsheid, deze combinatie van betrokkenheid en bescheidenheid, maakt het mogelijk om zowel betrokken als onbezorgd door het leven te gaan. Wanneer wij ons zo opstellen, hoeven wij niet te winnen om een tevreden gevoel te hebben. Onze bijdrage aan de orde in het universum wordt een beloning op zich ongeacht wat de gevolgen van die bijdrage zijn. Pas dan kunnen wij genieten, ook wanneer wij de strijd voor een goed doel verliezen.

Auteur Bert Stoop