| Wat is er mis
in de bio-industrie?
Een van de belangrijkste bezwaren tegen de bio-industrie
is van ethische aard. Zelfs als alle milieuproblemen
kunnen worden opgelost en zelfs al is de energie- en
mineralenboekhouding van de veehouder in balans, dan
blijft de manier waarop in de bio-industrie het respect
voor dieren met voeten wordt getreden onaanvaardbaar.
Het houden van veel dieren in een kleine ruimte zonder
bewegingsvrijheid en zonder mogelijkheden om natuurlijk
gedrag te vertonen kan niet anders dan op een dier-onvriendelijke
wijze gebeuren.
Omdat het stukje vlees uiteindelijk zo goedkoop mogelijk
in de schappen moet komen, krijgen de dieren net genoeg
ruimte om te staan en in leven te blijven. Mannelijke
varkens worden zo snel mogelijk na de geboorte zonder
verdoving gecastreerd. Als iemand dat met zijn hond
of kat doet, kan hij een niet mis te verstane boete
wegens dierenmishandeling krijgen. Maar voor huisdieren
die voor de slacht gefokt worden gelden opeens andere
regels. Voor een mestkip is het 23 uur per etmaal dag.
Daardoor denkt een kip dat hij moet blijven eten. Het
licht gaat maar één uur per dag uit en in die tijd mag
de kip uitrusten.
Bij varkens is juist zoveel mogelijk het licht uit.
Twee keer een kwartier tot een half uur per dag gaat
het licht aan en voor de rest is het donker.

VPRO-radio
747 documentaire bekeek de nieuwe tak van bio-industrie,
'de intensieve viskwekerij'.

GreenPeace: "De visgronden langs de kust van West-Afrika
zijn rijk en de controle op visactiviteiten is
nihil. De arme landen hebben niet of nauwelijks
de financiële en logistieke middelen om in hun
wateren te patrouilleren en de stroperij tegen
te gaan. In enkele gevallen ontbreekt zelfs de
wil om te controleren. Piratenvissers weten dit
en maken hier gebruik van."
De Volkskrant
van 17 april 2004: "Niemand neemt het op voor
Europese paling". Deze dreigt dan ook uit te sterven. |
|
De vis-industrie
Oppervlakkig beschouwd lijkt er aan de consumptie van
vis weinig mis, tenzij je uit ethische motieven tegen
het doden van levende wezens bent. Toch gelden soortgelijke
bezwaren als bovengenoemd ten aanzien van de vleesproductie
ook voor de vangst van vis.
Zonder de discussie "of vissen gevoel hebben"
op te willen rakelen, kan gesteld worden dat de huidige
visserij dieronvriendelijke vangstmethoden hanteert.
Voor degene, die van het lijden van de vis door de wrede
vangstmethoden en zaken als "strippen", "kaken",
"laten stikken in de lucht", "doodkruipen"
en levend de "onthuidmachine" in niet onder
de indruk is, wordt gewezen naar de bijvangst. Zoogdieren
als dolfijnen raken in de kilometerslange netten van
tonijnvissers verstrikt en wachten niets anders dan
een verdrinkingsdood.
Een ander punt is dat bij het gebruik van sleepnetten
niet alleen gewenste vis wordt gevangen. Sterker nog,
70% van de vangst gaat weer overboord, omdat het door
ondermaats zijn wettelijk verboden is deze vis aan land
te brengen, of omdat het toegestane quotum reeds bereikt
is, of omdat de vissoort commercieel oninteressant is.
De overboord gezette vis is op dat moment ten dode opgeschreven,
doodgedrukt, gestikt of anderszins overleden.
Ook voor het milieu is de methode van vissen ongunstig,
om niet te zeggen desastreus. De sleepnetten ruïneren
de zeebodem, waardoor het ecologische systeem volkomen
verstoord en voor lange tijd verloren raakt. De
zeeën worden leeggevist en kaal achtergelaten. De
hoeveelheid vis op dit moment in de oceanen is de helft
van wat het geweest is.
Vis wordt niet alleen gevangen, maar ook gekweekt. Sommige
van nature trekkende vis, zalm bijvoorbeeld, wordt in
enorme grote drijvende afscheidingen gehouden. Hierin
worden net als bij de bio-industrie aan land, preventief
grote hoeveelheden chemicaliën gegooid om ziekten te
voorkomen. Andere vissen, als paling, meerval en forel,
worden gehouden in vijvers en betonnen bakken. Zij ondervinden
zeker stress bij het overzetten van de ene naar de andere
bak en door te veel vissen op 1 plek.
Gezondheidsbezwaren, tenslotte, gelden ook ten aanzien
van de visconsumptie. In de zeventiger jaren speelde
de te hoge kwikconcentratie in vissen; door olievervuiling
en dumping van allerlei, soms nucleair, afval in de
wereldzeeën is de conditie van vis slecht en bevat schadelijke
stoffen. Ook paling uit de rivieren bevat teveel PCB
in hun vet. Toch wordt vis-eten aangeraden. Het is echter
geenszins essentieel voor de gezondheid. Nu varkens-,
koeien- en kippenvlees letterlijk besmet lijken, vallen
veel consumenten - uit afkeer tegen de intensieve veehouderij
- terug op vis. Die zou gezond zijn, omdat hij vers
in zee wordt gevangen. De meeste mensen weten echter
niet dat steeds meer vis afkomstig is uit een nieuwe
tak van bio-industrie, `de intensieve viskwekerij'.
Meer en meer boeren ruilen hun varkens in voor vissen.
Maar leidt deze massale kweek op termijn niet tot dezelfde
problemen als nu in de intensieve veehouderij? |