| Eind 2005 verschijnt voor het eerst een compleet
overzicht van zoönosen afkomstig van gezelschapsdieren.
Zoönosen zijn infectieziekten die door gewervelde
dieren op natuurlijke wijze op de mens worden overgebracht.
Aviaire Influenza ofwel vogelgriep, is het beste
voorbeeld van zo,n gevaarlijke zoönose. Ieder
jaar overlijden in Nederland alleen al enkele tientallen
mensen (als gevolg van bijvoorbeeld Salmonella)
en worden meer dan honderduizend besmet met een
infectieziekte variërend van kattenkrabziekte
tot en met ziekte van Lyme. In de meeste gevallen
kan men door de juiste en vaak eenvoudige voorzorgsmaatregelen
een infectie voorkomen. In dit boekwerk, geschreven
door Dierenarts-Specialist Veterinaire Microbiologie,
Paul Overgaauw, worden duidelijke voorbeelden gegeven.
Met de dreiging van een pandemie als gevolg van
vogelgriep, lijkt alles en iedereen alleen gericht
te zijn op een mogelijke uitbraak. Echter, we
moeten niet vergeten dat er meerdere zoönosen
in onze samenleving aanwezig zijn. In dit boek
zijn diverse ziekten van de mens besproken die
kunnen worden verkregen van dieren. Dit kan gebeuren
na direct contact met een dier, maar vaker nog
na indirect contact. Het bezit van een huisdier
is dus niet altijd een voorwaarde! Maar hoe groot
is nu de bedreiging van zoönosen voor de
volksgezondheid in ons land? Hierover worden schattingen
gemaakt, omdat er geen duidelijke registratie
van wordt bijgehouden. Daarnaast is het niet eenvoudig
om een volledig beeld te krijgen omdat lang niet
iedereen ziek wordt na een infectie. Van lintworm
is bijvoorbeeld bekend dat circa 0.3% van de bevolking
besmet is, we spreken dus over enkele tienduizenden
mensen, maar de diagnose wordt maar enkele tientallen
keren per jaar door artsen vastgesteld.
Naast de voedselinfecties, die wel degelijk een
volksgezondheidsprobleem vormen met meer dan een
miljoen gevallen per jaar, wordt geschat dat in
Nederland bij ruim duizend patiënten per
jaar echt een zoönose wordt vastgesteld waardoor
ziekte is opgetreden. Dit betreffen voornamelijk
ziekten veroorzaakt door bacteriën, zoals
de ziekte van Lyme en papegaaienziekte, of parasieten
zoals toxoplasmose. Uiteindelijk zijn gemiddeld
enkele tientallen sterfgevallen per jaar het gevolg
van zoönosen, verreweg de meeste veroorzaakt
door voedselinfecties (bijvoorbeeld Salmonella).
Sommige zoönosen zien we gelukkig helemaal
niet meer in ons land, zoals hondsdolheid; andere
worden steeds minder vaak aangetroffen omdat er
speciale bestrijdingsprogramma's zijn opgesteld.
Zoönosen die daarentegen vaker worden gevonden
zijn bijvoorbeeld de ziekte van Lyme en infecties
die makkelijker ons land kunnen binnenkomen door
het wegvallen van de grenzen en het toenemende
reizigersverkeer.
Patiënten met een verminderde weerstand,
zoals kinderen, bejaarden en zieken, lopen een
groter risico om een zoönose te krijgen.
Tenslotte zijn er bepaalde beroepsgroepen in de
samenleving die een groter risico hebben om een
zoönose op te lopen omdat ze een veel grotere
kans hebben ermee in aanraking te komen. Voorbeelden
hiervan zijn de boswachter (ziekte van Lyme),
de slager en de veehouder.
Samengevat kan gesteld worden dat vooral gelet
moet worden op voldoende hygiëne bij het
contact met huisdieren en tijdens het spelen van
kinderen (zandbakken) of werken met grondcontact
(tuinieren, groentetuin) buitenshuis. Als daarnaast
aandacht wordt besteed aan de gezondheid van onze
huisdieren, zoals de aanschaf van gezonde en niet-agressieve
dieren, een goede verzorging en het regelmatig
vaccineren en bestrijden van parasieten, zijn
de risicos op een zoönose minimaal. Ga daarom
minimaal met uw huisdier één keer
per jaar naar de dierenarts voor de jaarlijkse
controle.'
Tot zover het persbericht van de
uitgever via het ANP. |