|
|
|
 |
English-Nederlands-Espaņol
Wetenswaardigheden rond mestuitrijden |
|
| |
Zodra een veeboer in het nieuwe
jaar in de gelegenheid is om mest uit te rijden, zal hij
overwegen om dat te doen, omdat zijn giertanks vol raken.
Het vroegtijdig uitrijden van drijfmest heeft slechts
zeer beperkte bemestingswaarde. Er is door het koude weer
nog weinig bacteriële activiteit, zodat de drijfmest
nauwelijks wordt omgezet tot stoffen die planten (later)
kunnen opnemen. Deels snijdt de boer zich hiermee in eigen
vlees, maar te lang wachten kost meer geld. |
|
Te vroeg uitrijden van mest
is verboden en levert hinder op voor de omgeving, zeker
als het niet direct wordt ondergewerkt. De mest spoelt
uit naar het grondwater en zorgt ervoor dat het nitraatgehalte
in het drinkwater hoger wordt.
De drinkwaterbedrijven moeten veel moeite doen om (relatief)
schoon water te produceren en zijn gedwongen de kosten
daarvoor aan de afnemer door te berekenen. |
| |
|
|
Wat voor soort mest mag
wanneer worden uitgereden?
(Kunst)mest bevat verschillende meststoffen, die ieder
afzonderlijk aan verschillende maxima zijn gehouden. In
het onderstaande gaan we uit van 1 van die stoffen: fosfaat.
Er mag maximaal 100 kg fosfaat per jaar worden uitgereden
per hectare bouwland en 120 kg op grasland (kunstmestfosfaat
blijft tot 2006 in de verliesnormbepaling (heffingsberekening)
buiten beschouwing). |
|
Wanneer wordt (kunst)mest
uitgereden?
De mest kan afkomstig zijn van drijfmest en van kunstmest.
Kunstmest wordt gestrooid wanneer de gewassen
groeien. Drijfmest wordt vooraf en volgend op
het bebouwen van gewassen uitgereden. Dat mag
niet het hele jaar door en ook niet als de bodem
bevroren is of met sneeuw bedekt. |
| |
|
|
| Hoeveel mag er worden
uitgereden?
Een giertank kan variëren van 5 kuub tot 25 kuub.
Een mestinjecteur (die direct in de grond injecteert)
heeft over het algemeen 10 kuub.
Afhankelijk van de soort mest die wordt uitgereden,
zit er in de mest de volgende hoeveelheid fosfaat:
- Varkensmest: tussen de 2 en 6 kg per kuub
- Rundermest: tussen de 0.5 en 2.5 kg per kuub
- Kippenmest: tussen de 7 en 28 kg per kuub.
Wanneer een boer met een tank van 6 kuub kippenmest
uitrijdt over 1 hectare, dan mag hij niet meer dan 1
tank per jaar uitrijden (6 kuub x gem. 17.5 kg.= 105
kg fosfaat).
Er zijn restricties over het uitrijden van mest in de
buurt van sloten: er mag geen (kunst)mest in de sloten
komen (en ook geen bestrijdingsmiddelen). Mest die niet
direct in de grond wordt geïnjecteerd, moet nog
dezelfde dag worden ondergereden/ geploegd, bijvoorbeeld
met een cultivator. |
|
Wat zijn de gevolgen
voor de planten?
- Als gevolg van overbemesting loopt de biodiversiteit
terug, maar gaan de volgende planten beter groeien:
bramen, ridderzuring, smeerwortel, zevenblad, grote
of kleine brandnetel, kleefkruid, kruipende boterbloem,
vogelmuur, akkerdistel, paardebloem, pitrus.
Op overbemeste zandgronden: driekleurig viooltje,
ruige klaproos, spurrie en schapezuring.
- Bladgroenten als spinazie, sla en raapstelen reageren
slecht op overbemesting.
- Knol- en wortelgewassen als bieten reageren goed,
terwijl de overige gewassen (inclusief aardappelen)
er tussen inzit qua reactie.
- Bij een hoog stikstofgehalte in de grond kleuren
de bladeren donkerder.
- Veel mosgroei duidt op een verzuurde grond.
 |
| |
|
|
| Tijdelijke
opslag van vaste mest
Een schuur met slachtkuikens wordt eens in de zes of
zeven weken uitgemest want de "kippen" zijn
dan reeds slachtrijp. De schuur moet schoon en de mest
moet worden afgevoerd. Akkerbouwers, die deze mest aannemen,
kunnen deze niet altijd direct uitrijden en onder de
grond werken. De mest wordt tijdelijk "opgeslagen".
Voor deze situatie is een gedoogregeling gemaakt die
het mogelijk maakt om de mest voor maximaal een half
jaar op het bouwland te storten. Hoewel dit verplicht
is, wordt de mest niet altijd afgedekt en is een bron
van stank, vliegen en ongedierte.
Eigenlijk zouden akkerbouwers (alleen of samen met
anderen) een inrichting moeten hebben voor de opslag
van vaste mest. Dit is een betonnen bak, waaruit geen
mestwater mag lekken en die bij voorkeur kan worden
afgesloten. |
|
Gedoogregeling
opslag vaste mest buiten de inrichting
Het opslaan van vaste mest op het land moet schriftelijk
worden gemeld bij de gemeente, die vervolgens geacht
wordt hiervoor een vergunning te verlenen.
Enkele van de eisen aan deze opslag zijn:
- maximale opslagperiode 6 maanden
- geen 2 opeenvolgende jaren op dezelfde plaats of
binnen 100 meter daarvan
- geen uitspoeling naar het oppervlaktewater
- moet binnen 24 uur worden afgedekt
Er zijn minimum afstandeisen van o.a.:
- oppervlaktewater (7 m)
- bebouwde kom (100 m) in lintbebouwing
- verzuringsgevoelige vegetaties
|
| |
|
|
| (Uitgereden)
mest kan op tenminste vier manieren de gezondheid beinvloeden.
- De stank kan leiden tot onwelbevinden (met mogelijk
allerlei stress-verschijnselen zoals hoofdpijn) door
geestelijke belasting.
- Bij hoge intensiteit kan stank directe lichamelijke
aversie-reacties (met b.v. misselijkheid) oproepen.
- Prikkelende stoffen (o.a. ammoniak, aminen, fenolen)
uit de mest kunnen bij overgevoelige personen leiden
tot astma-achtige reacties.
- Prikkelende stoffen in hoge gehalten kunnen bij
iedereen de slijmvliezen irriteren, met prikkende/tranende
ogen, neusverstopping, luchtwegklachten, en eventuele
complicaties daarvan.
Daarnaast zijn nog drie andere medische risico's denkbaar
maar in de praktijk minder urgent:
- De mest trekt vliegen aan die ziektekiemen
uit de mest overbrengen op mensen.
- Het uitrijden verspreidt zulke grote hoeveelheden
micro-organismen of bestanddelen daarvan dat
het inademen ervan schadelijk is.
- De geur bevat stoffen waarvoor sommige personen
een specifieke allergie ontwikkelen.
|
|
Er is eigenlijk
erg weinig
onderzoek naar gedaan naar de gezondheidsrisico's van
het uitrijden van mest. Er zijn veel stoffen genoemd
die bijdragen aan de stank
van mest (fenol, indol, skatol, p-cresol, 2.6-dimethylfenol,
waterstofsulfide, dimethyltrisulfide, boterzuur, 3-methylboterzuur,
ammoniak, 2.6- en 3.4 dimethylamine, diverse alkaanamides,
vluchtige vetzuren en een aantal vertakte alifatische
alcoholen en esters). Onbekend is in welke gehalten
deze stoffen in de omgeving voorkomen na het uitrijden.
Zonder dat valt er weinig te zeggen over de risico's
voor de gezondheid. De aandacht is tot nu toe vooral
gericht op verzuring van bodem en vermesting van oppervlaktewater
en grondwater. Zelfs over de blootstelling binnen de
stal is niet veel bekend. De concentraties zijn binnen
i.h.a. hoger omdat in de buitenlucht meer verdunning
optreedt.

|
| |
|
|
| Wat te
doen wanneer u het niet vertrouwt?
Wie het uitrijden van (kunst)mest niet vertrouwt, kan
het beste een notitie maken van de data van uitrijden,
de hoeveelheden en de soort (bouw/grasland) locatie
(omvang in hectare van het gebied) waar dit wordt uitgereden.
Wordt de mest niet binnen 2 uur (de wet is nog strenger)
ondergereden dan kan het beste contact worden opgenomen
met:
- De boer of loonwerker (als men verwacht daarover
goed te kunnen overleggen)
- De milieupolitie
- De Algemene Inspectie Dienst
Wanneer er een gerede basis is voor het vermoeden dat
er te veel mest is uitgereden, dan kunnen bodemmonsters
worden genomen (mits op tijd gemeld). |
|
Info Algemene
Inspectie Diensten (AID):
030-6692669 West-Nederland
038-4291300 Noord- en Oost-Nederland
040-2562562 Zuid-Nederland
Voor alle provincies:
- Algemeen toegangsnummer politie
0900-8844 (vraag naar milieuhandhaving)
Voor de provincie Groningen:
- Milieutelefoon provincie Groningen (algemeen) 050-3164901
- Milieuklachten provincie Groningen 050-3180000
De
AID kan contact opnemen met bureau (mest)heffingen in
Assen om de mineralenboekhouding te vergelijken met
het uitrijgedrag.
|
| |
|
|
| Overzicht van alle artikelen op Animal
Freedom: |
|
|
|
|
|
|