Geachte heer/mevrouw,
Graag reageer ik op uw e-mail, waarin u bezorgdheid uitspreekt over het bouwen van een 'varkensflat' in de Rotterdamse haven en protesteert tegen de verdere mechanisering van de agrarische productie die van deze ontwikkeling het gevolg zal zijn.
In de ideeën over agroproductieparken zie ik een kans de discussie over essentiële ontwikkelingen in de landbouw aan te zwengelen. In de afgelopen periode zijn naast de grondgebonden gangbare landbouw, vormen van intensieve landbouw en biologische landbouw gegroeid. Ik acht een verder differentiatie zeer wel denkbaar, bijvoorbeeld onder invloed van de toepassing van moderne biotechnologie. Al deze vormen van landbouw moeten serieus genomen worden en vragen om discussie.
Het is duidelijk dat elke vorm voor- en tegenstanders heeft. Het is ook duidelijk dat nieuwe vormen het agrarisch ondernemen veranderen. Tenslotte is duidelijk dat elk van die benaderingen een eigen opbrengst genereert en een eigen set regels vraagt om te kunnen worden geaccepteerd. In alle gevallen staat overigens voorop dat moet worden voldaan aan de wettelijke eisen die de overheid aan de landbouwproductie stelt, onder meer met betrekking tot dierenwelzijn en diergezondheid.
Ik werk vanuit de overtuiging dat het onmogelijk is de voor- en nadelen van innovaties te leren kennen als nieuwe ideeën niet de kans krijgen op hun mogelijkheden en consequenties te worden doorgelicht. In het debat over de voor- en nadelen komen ook de maatschappelijke tegenstellingen aan het licht die aan een keuze voor de een of andere benadering kleven.
Ik ben me ervan bewust dat de ideeën over agroproductieparken afstotend kunnen werken voor wie een benadering voorstaan volgens natuurlijke methoden. Ik ben me er echter tegelijk van bewust dat deze manier van het organiseren van agrarische bedrijvigheid voorstanders heeft en dat die ontwikkeling niet kan worden genegeerd. Agrarische ondernemers zullen zo´n ontwikkeling kunnen ervaren als bedreigend voor hun bedrijf. Dat neemt niet weg dat nieuwe mogelijkheden niet op voorhand mogen worden afgewezen, louter omdat ze bestaande vormen, structuren en benaderingen bedreigen. Juist ook binnen het concept van de agroproductieparken staat vergroting van de duurzaamheid van de landbouw centraal. Daarbij gaat het om het milieu, om dierenwelzijn, maar vanzelfsprekend ook om economische rentabiliteit.
De gedachtevorming over agroproductieparken vind ik van belang; dit is naar mijn mening dan ook de waarde van het genoemde rapport. Gezien de reacties in de maatschappij vervult het rapport in die zin nu al een belangrijke rol. Het dwingt ons na te denken over de toekomstige inrichting van de agrosector: wat voor landbouw willen wij in Nederland, waarbij overigens pluriformiteit voorop staat. Daarbij gaat het met name om ethiek en afwegingen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en landschap. Ik vind het van essentieel belang dat daarover maatschappelijk debat ontstaat en ik wil bevorderen dat het denken niet stil blijft staan.
De minister van landbouw, natuurbeheer en visserij,
mr. L.J. Brinkhorst