Tot zover de sector
van intensieve veehouders.
De intensieve veehouder (net als
de rest van de keten, overigens) stuurt
aan op handhaving van de status
quo en schuift (kort samengevat) een
deel van zijn verantwoordelijkheid
naar de consument onder het motto
"de klant vraagt en wij leveren".
Het gaat wel om geld verdienen, maar
omdat er in het verleden zwaar
is geïnvesteerd, probeert
men in mindere tijden (wanneer het
inkomen zwaar negatief is) het zo
lang mogelijk uit te zingen.
De sector neemt onder de voorwaarde
dat men haar exportpositie blijft
steunen willens en wetens het risico
om door het buitenland weggeconcurreerd
te gaan worden. Zal de samenleving
hen in de toekomst dan nog financieel
willen steunen, beseffende dat de
export van
vlees en zuivel de steunpilaar is
onder de bio-industrie? Doet de samenleving
dat niet, dan scheelt haar dat veel
geld, immers failliet gaan is bedrijfsrisico
voor een sector die haar oren toch
al niet laat hangen naar protesten
uit de samenleving.
Wie meer wil weten over de spraakverwarring
die deze manier van denken oplevert
met de overheid en de consument, klikt
hier.
Maatschappelijk debat over
de toekomst van de bio-industrie
De minister van Landbouw heeft voor najaar
2003 een brede maatschappelijke discussie
georganiseerd over de toekomst van de intensieve
veehouderij (bio-industrie). In dat kader
heeft hij een zevental dilemma's geformuleerd
en de betrokken partijen (o.a. dierenbescherming,
boeren, bedrijfsleven, politiek) gevraagd
daarover te discussiëren en oplossingen
te formuleren.
Zie ook het interview met Veerman in het
2003 oktobernummer van Milieudefensie.
In Trouw van 10-10-2003: "Minister
Veerman moet de boerenziel masseren".
De minister wil minder dieren in de veeteelt,
de productie geheel maatschappelijk verantwoord
maken en alleen produceren voor de West-Europese
regio met een straal van 500 kilometer rondom
Utrecht. Veermans speelruimte om dat te
bereiken is echter klein. Geld om de onvermijdelijke
saneringen te betalen is er niet. En de
voedselketen dwingen wil hij niet. Het houdt
op bij een moreel appèl en het masseren
van de zielen.
|