| Dieren in het
wild genieten bescherming in de huidige jachtwet,
de Flora- en Faunawet en in de Visserijwet. Het
doet er in deze wetten niet toe hoeveel dieren
door de jacht sterven, als de soort maar niet
uitsterft. Omdat deze dieren vrij zijn, hoeft
hun welzijn niet juridisch te worden gegarandeerd.
Op zijn hoogst worden regels tegen illegale jachtmethodes
geformuleerd om stropen en ondeskundige jacht
tegen te gaan.
Naast "wilde" dieren zijn er dieren,
die niet vrij leven; dieren die gedomesticeerd
zijn of die als vee worden gehouden. Voor deze
groep kennen wij sinds 1992 de Gezondheids- en
Welzijnswet. Deze wet beoogt het welzijn van de
individuele dieren te beschermen. Dat dieren beschermd
worden, wil nog niet zeggen dat zij in onze maatschappij
rechten hebben. Dieren zijn rechtsobject:
roerende zaken die van eigenaar kunnen veranderen,
verhuurd kunnen worden en die bejaagd of geslacht
mogen worden.
|
|
Het dier is
niet, zoals de mens, een rechtssubject:
het kan in onze wetgeving geen drager zijn
van rechten en plichten. In de Gezondheids-
en Welzijnswet voor dieren wordt volgens
ons voorbijgegaan aan een essentiële zaak
die fundamenteel en natuurlijk zou moeten
zijn voor ieder wezen, namelijk recht op
vrijheid.
Wel wordt in de veeteelt een aantal regels
gehanteerd die daarop lijken: de
5 rechten van dieren in de veeteelt.
De mens meet ten aanzien van dieren met
2 maten: voor dieren uit de natuur gelden
andere wetten dan voor dieren uit de veehouderij.
Daarnaast worden aan mensen geen wetten
en verplichtingen gesteld in de normale
omgang met dieren, alleen extreme vormen
van slechte behandeling zijn verboden.
|