Het Politieke Dier door
Diana Saaman
Het ging bij de Tweede Kamerverkiezingen van januari
2003 eigenlijk voornamelijk tussen B en B. Bos en Balkenende.
De heren kruisten in menig debat de degens. Met woorden
weliswaar. De B van Beestenboel kwam niet aan bod. Zowel
kattenliefhebber Bos als de christelijke rentmeester
Balkenende vonden het praten over dieren niet noemenswaardig.
Nee, dat werd geen speerpunt. Al snel werd duidelijk
hoe de hazen liepen.
Maar gelukkig was daar de Partij voor de Dieren, lijst
15. Nieuw uit het niet niets. Want wat bleek? De meeste
kandidaten van deze dierenpartij zijn afkomstig uit
diverse dierenbeschermingsorganisaties en kunnen bogen
op jarenlange strijd voor dieren en natuurlijk een achterban
van honderdduizenden zielen tellende leden. Nou, als
dat geen kamermeerderheid oplevert. Haasje rep je om
het pluche te gaan vullen.
Het is iets anders gelopen. Net geen zetel voor PvdD.
Oké. Natuurlijk. Die kans is groot voor een nieuwkomer.
Of is er meer aan de hand? Even gewoon een terugblik
of evaluatie noemen ze dat, leert het volgende…
Verschillende dierenbeschermingsorganisaties hebben
simpelweg deze dierenpartij tijdens de campagneweken
genegeerd. Terwijl het toch voor de hand zou liggen,
dat deze partij voor die instanties als geroepen kwam.
Ha, eindelijk! Geef de campagne maar door. Want daar
zijn ze toch al jaren, decennia voor aan het strijden.
Om dieren rechten te geven of op ze minst hen een waardig
leven te bieden, desnoods middels acties. En dat kan
nu eenmaal niet zonder politiek draagvlak. Maar de kurk
bleef op de fles. In plaats van de handen ineen te slaan
met deze partij, gleden de handen van dierenbeschermingsorganisaties
in de zakken. En zij keken de andere kant op. Mijn naam
is haas. Ik weet van niets. Wij willen van niets weten.
Dierenleed levert geld op. Dat geldt voor de bio-industrie,
maar en blijkbaar vooral, ook voor dierenbeschermingsorganisaties.
Zij bestaan weer louter door die industrie met beesten.
Nog een stapje: helpt al hun actievoeren voor dierenwelzijn
eigenlijk wel? Het antwoord is: nauwelijks. Door het
langs elkaar heen werken van alle dierenbelangenorganisaties,
lijken zij niet gericht op het uit de wereld helpen
van de bio-industrie. Het lijkt eerder op egotripperij.
Je zou bijna denken, dat men bang is om de eigen baan
te verliezen wanneer je de handen ineen zou slaan om
het dierenleed de wereld uit te helpen. De stem van
organisaties verstomde. En de stemmen werden geteld.
Wie verraadt hier nu wiens geloof? Is het B, B of de
DierenBescherming?
Wie houdt zich na het stemmen tellen nog steeds doof?
Het dier is, politiek gezien, de komende tijd weer
overgeleverd aan de waan van de economie.
Het dier is, organisatorisch gezien, de komende tijd
weer overgeleverd aan de waan van individuen. Waar de
dieren enkel weer fungeren en poseren op dramatische
folders en shockerende brochures hoe erg het wel niet
met hen gesteld is. Dus laten we dieren wel zijn:
Beesten, we kunnen jullie op korte termijn niet veel
beterschap beloven. Jullie zijn voorlopig nog het haasje. |