|
Bert Stoop
Mijn eerste huisdier was een jong konijn dat ik als
zesjarige had "verdiend" door iemand een uurtje
te helpen bij het rapen van aardappels. Ongelofelijk
vond ik dat: een konijn krijgen voor zo weinig moeite.
Na dat eerste konijn zouden er nog vele volgen. Het
eerste konijn kreeg een behuizing van 2 op elkaar gestapelde
aardappelkistjes met wat gaas ervoor. Gevoelsmatig vond
ik dat een dier toch de ruimte moest hebben. Omdat wij
op een tuinbouwbedrijf woonden was er genoeg ruimte
om een stuk gras af te scheiden waarop de konijnen relatief
veel ruimte hadden. Ze konden zelfs een hol graven dat
meters lang was tot ver buiten de omheining. Ontsnappen
deden ze niet en zo creëerden zij een eigen vertrouwd
plekje.
Later heb ik mijn konijn een winter lang los laten lopen.
Het gaf mij wel een speciaal gevoel dat het dier altijd
in de buurt bleef. Op een dag in het voorjaar zakte
mijn vader bij het preparen van de moestuin met zijn
voet een stukje in de grond. Het bleek dat mijn konijn
zes jongen had gekregen van een wild exemplaar. Konijnen
graven een hol van een halve meter lang waarvan zij
de ingang dichtgooien om 's ochtends en 's avond weer
op te graven om hun kroost te voeden. Zo beschermen
zij hun jongen.
Ik had ook een volière met parkieten. De vogels
hadden een ruim vlieggedeelte. Soms ving ik een fazant,
die ik dan in de volière stopte. Ik verkeerde
in de veronderstelling dat ik het beest een lol deed.
Het dier werd verzorgd, hoefde niet meer bang te zijn
dat het werd opgegeten. In ruil wilde ik er af toe naar
kijken. Telkens als ik voor het gaas stond, liep de
fazant zenuwachtig heen en weer op zoek naar een plek
om te ontsnappen. Ik hoopte dat ze aan mij zou wennen,
maar dat gebeurde niet echt. Het is niet voor niks dat
het houden van dieren uit het wild verboden is.
|
Ik was er inmiddels wel aan gaan twijfelen of ik er
wel goed aan deed om dieren uit het wild te houden.
Op een keer, ik was een jaar of veertien, ving ik twee
patrijzen. Het was mogelijk een paartje, een verschil
in geslacht kon ik niet zien. Na verloop van tijd ging
een van beiden dood. Had dat nu met de gevangschap te
maken? En wat was het leven van het overgebleven mannetje
of vrouwtje nog waard? Wat zou het weer waardevol maken?
Ik herinner mij nog goed het moment dat ik de andere
patrijs in mijn handen nam en buiten in de lucht gooide
om het weg te laten vliegen. Dat kostte nogal wat moeite,
want ik had zoveel moeite gedaan om het te vangen. Ik
moest echt iets in mijzelf overwinnen om die vogel los
te laten. Het was een letterlijke handeling die ik figuurlijk
nog wel eens voelde als later een relatie met een vriendin
uit ging. Nooit heb ik meer daarna een mens
of dier van mij afhankelijk willen houden.
Een paar jaar later ging ik studeren. Dat was een tijd
dat je veel discussieerde over de belangrijke aspecten
van het leven. In het begin woonde ik op een studentenflat
waar ik een vegetariër ontmoette, die mij al
snel overhaalde om geen vlees meer te eten. Het was
een logische en gemakkelijke beslissing in een proces
dat zich langzaam had voltrokken. Sinds 1976 ben
ik al vegetariër
en dat zal altijd zo blijven, misschien word ik ooit
nog wel eens een veganist.
Ik realiseer mij dat ik voor veel dieren bepaald heb
hoe lang zij zouden leven en of zij jongen zouden krijgen.
Dat zit mij niet dwars, wel dat ik dieren gevangen hield.
Dit inzicht maakt dat ik actie voer tegen de bio-industrie
en ik vind dat bio-industrie verboden moet worden, omdat
de dieren daarbij te weinig vrijheid hebben. Tegen het
eten van vlees door anderen heb ik geen bezwaren, mits
dat vlees niet afkomstig uit de bio-industrie. De kwaliteit
van het leven voor de dood vind ik belangrijker dan
het tijdstip te bepalen waarop je dood gaat. Zelf zal
ik nooit meer vlees eten, waarom precies kan ik niet
zeggen. Dieren eten of misbruiken dat doe je gewoon
niet.
Het
inzicht dat een dier recht
op vrijheid heeft is dus niet plotseling doorgebroken,
maar geleidelijk gegroeid. Doordat ik zoveel jaren
ben omgegaan met huisdieren heb ik goed kunnen
ervaren dat dieren niet echt "dankbaar"
zijn voor hun verzorging. Het liefst gaat het
dier zijn eigen gang. Kijken naar dieren doe ik
nog steeds graag en het mooiste vind ik nu
dat een dier mij begroet door even aan mijn hand
te ruiken en dat we daarna ieder weer onze eigen weg gaan,
in vrijheid.
Zie ook het interview
in Leven en de bijdrage aan het Volkskrantforum, geschreven samen met juriste Door van den Borst, die in 1995 verscheen onder de titel "Recht op vrijheid moet ook voor dieren gelden". |