|
In de nota Voedsel en Groen van het ministerie van
LNV vormt dierenwelzijn een belangrijk speerpunt van
beleid. In de kabinetsreactie op het rapport van de
denkgroep-Wijffels is eveneens aangegeven dat het dierenwelzijn
meer centraal gesteld moet worden in de veehouderij.
In dat rapport van de denkgroep-Wijffels staat een vijftal
vrijheden die als richting voor het dierenwelzijnsbeleid
kunnen dienen.
Dieren zijn:
- vrij van dorst, honger en onjuiste voeding;
- vrij van fysiek en thermaal ongerief;
- vrij van pijn, verwonding en ziektes;
- vrij van angst en chronische stress;
- vrij om hun natuurlijke gedrag te vertonen.
Deze vrijheden richten zich op de fysiologische behoeften
en op het kunnen uiten van het natuurlijk gedrag. Zoals
eerder verwoord door de denkgroep-Wijffels betekent
dit natuurlijk gedrag bijvoorbeeld dat varkens de mogelijkheid
hebben om te kunnen wroeten, dat een kip kan scharrelen
en dat een koe in de wei kan lopen. In het grootste
deel van de huidige veehouderijsystemen is dit geen
vanzelfsprekendheid.
|
|
Welke recht op vrijheid heeft vee officieel?
In 1979 heeft de Farm Animal Welfare Council (FAWC),
een onafhankelijk adviesorgaan van de Europese Commissie,
vastgesteld dat dieren in de veeteelt recht hebben op
de volgende 5 "vrijheden":
- Vrijheid van honger en dorst
- direct toegang tot vers water en voedsel om gezond
te blijven
- Vrijheid van ongemak
- door een comfortabel onderdak en rust te bieden
- Vrijheid van pijn, verwonding en ziekte
- door dit te voorkomen of snel te diagnosticeren
en te behandelen
- Vrijheid om normaal gedrag te vertonen
- door voldoende ruimte, mogelijkheden en gezelschap
van soortgenoten
- Vrijheid van angst en spanning
- door voor omstandigheden te zorgen die lijden vermijden
Op de site van de Landelijke Dierenbescherming een
overzicht van de regelgeving
welzijn landbouwdieren.
|
|
Bij varkens worden bovenstaande
punten niet gehaald, wanneer:
- zij bijna de hele dag in het donker moeten verblijven
- zij zonder verdoving gecastreerd worden
- zij ingeklemd worden tussen 2 stangen zodat zij
zich niet kunnen omdraaien of verzorgen
- niet in de grond kunnen wroeten
- geen rustplaatsen hebben met stro o.i.d., maar
een roostervloer
- moeten leven in een ammoniak-lucht, afkomstig van
hun eigen mest
- bij het vervoer met geweld in stressvolle omstandigheden
op vrachtwagens naar het slachthuis worden vervoerd.
Er zijn vaak overtredingen geconstateerd van
het verbod op:
- een standlengte korter dan 2 meter voor zeugen (niet
naleving is 61%)
- een te klein vloeroppervlak voor biggen
- een kleiner gedeelte dicht dan 2/3 van de berenstal
- het niet hebben van een adequate ziekenboeg (niet
naleving 10%)
- het houden van varkens in het duister of bij onvoldoende
verlichting (niet naleving 13%)
- het ontbreken van een alarminstallatie bij mechanische
ventilatie (niet naleving 32%)
- het ontbreken van afleidingsmateriaal (niet naleving
25%)
|
|
Bij koeien worden bovenstaande punten niet gehaald,
wanneer:
- het kalf direct naar de geboorte bij de moeder wordt
weggehaald om elders gemest te worden. Door
geboren te worden heeft het kalf haar functie volbracht.
De melk van de moeder wordt verder voor menselijke
consumptie gebruikt.
- zij geen mogelijkheden hebben om naar buiten (de
wei) te gaan
- zij hele winters aangebonden staan
Wat er mis is in de nertsfokkerij kan de Bont
Voor Dieren u het beste uitleggen.
Helaas blijft het niet bij deze dieren. Wat er mis is
bij konijnen, kalkoenen, struisvogels enz. in de zogenaamde
verborgen
bio-industrie kan de Landelijke Dierenbescherming
u het beste vertellen.
Wij hebben ook een aantal foto's
van de (geringe) ruimte die het scharrelen
in de praktijk inhoudt.
Zie ook de proclamatie
voor de rechten van het dier. |