|
|
|
 |
English-Nederlands-Español-Deutsch-Français
Export van vlees
vergroot de consumptie van onverantwoord geproduceerd
vlees |
|
| |
Dierenwelzijn
en menselijke gezondheid in gevaar
door export van vlees
Het exporteren van vlees (dood of
levend) is alleen aantrekkelijk als
de prijs daarvan zo laag is dat het
buitenland geïnteresseerd is
in afname. Nederland slaagt er in
de prijs van vlees laag te houden
omdat onze veehouderij bezuinigt op
het welzijn van dieren en doordat
zij kosten en de overlast afwentelt
op het milieu, het dier en op de belastingbetaler. |
|
Uit het buitenland loert een ander
gevaar. Allereerst is er het verspreiden
van Mond- en Klauwzeer. Het slechte
Engelse voorbeeld uit het verleden
om slachtafval te recyclen tot veevoeder
heeft het gevaar van BSE opgeleverd.
BSE is is in de vorm van Creutzfeldt-Jakob
(CJD) dodelijk voor de mens. Door
de internationale handel in vlees
is het gevaar niet denkbeeldig dat
consumenten in (of door import van
vlees uit) andere landen CJD
oplopen. Naast het dierenleed
uit de bio-industrie is de menselijke
gezondheid een tweede reden om de
export
van alle vleesproducten (dood en levend)
te stoppen. |
| |
|
|
70% van de Nederlandse
dierlijke productie wordt geëxporteerd,
terwijl 63 procent van de Nederlandse
vleesconsumptie is geïmporteerd.
Het CBS publiceerde juni 2000
in een nieuwsbericht het volgende:
"Het handelsoverschot van de
landbouwproducten steeg in 1999 met
bijna 2,5 miljard gulden. Door deze
ontwikkelingen kan men stellen dat
Nederland geen exporterend land meer
zou zijn als de handel in landbouwproducten
zou verdwijnen. Deze prestatie op
de Nederlandse handelsbalans moet
deels worden toegeschreven aan de
Nederlandse boer en voor een ander
deel aan de handel in landbouwproducten
en industriële verwerking daarvan.
Vooral het handelsoverschot van ruwe
dierlijke en plantaardige producten
is hoog. Bovendien neemt het de laatste
jaren nog steeds toe. Inmiddels bedraagt
dit overschot 11,7 miljard gulden.
Ook andere belangrijke agrarische
productgroepen als vlees en vleesproducten,
groenten en fruit, zuivelproducten
en veevoeder leveren flinke handelsoverschotten
op." Tot zover het CBS.
Wat opvalt in deze tekst is de suggestie
dat Nederland iets te danken zou hebben
aan de overproductie van de Nederlandse
veehouder. Er wordt gesproken over
een prestatie, terwijl er beter gesproken
kan worden over een schandplek.
Door de lage prijzen en de grote productie
wordt de consumptie van onverantwoord
geproduceerd vlees vergroot. Hiermee
heeft de macht van de slechte smaak
voorlopig gewonnen. Wanneer hier niets
tegen wordt gedaan, zal de schadelijke
werking zich wereldwijd verspreiden
want veehouders uit andere landen
zullen zich gedwongen voelen om de
Nederlandse verwerpelijke manier van
bedrijfsvoeren na te volgen. Daarboven
geldt dat hun morele normen zullen
verwateren omdat Nederland hierin
het slechte voorbeeld geeft, voorafgegaan
door ministers die het systeem van
bio-industrie in het buitenland promoten.
Het Nederlandse bedrijfsleven geeft
jaarlijks bijna 250 miljoen uit voor
promotie van de landbouwexport. Dit
bedrag is het hoogste in de EU.
Het economische belang van de intensieve
veehouderij is vrij marginaal: de
sector (inclusief toeleveranciers,
verwerking, zakelijke diensten) draagt
volgens het Centraal Planbureau voor
1,3 procent bij aan het bruto binnenlands
product (bbp), ofwel 4,4 miljard euro.
De keten is goed voor 97 duizend voltijdbanen.
Tegenover die bijdrage aan de economie
oogt de schadepost van de MKZ-crisis
in 2001 schrikbarend hoog: 1,3 miljard
euro (Volkskrant 04-03-03).
2003
(bron: de Volkskrant) |
Varkensvlees |
Pluimveevlees |
Eieren |
| werkgelegenheid |
60.000 |
15.000 |
11.000 |
| productieomvang |
15,4 miljoen geslachte
dieren |
850.000.000 kg |
9700 miljoen |
| overschot voor export |
55% |
60% |
65% |
| productiewaarde
in miljarden euro |
12 |
3,2 |
2,1 |
| aantal bedrijven |
11.851 varkens- of zeugbedrijven |
1027 vleeskuiken-,
250 kalkoen- of eendenbedrijven |
1700 leghennenbedrijven |
Met name het internationale gesleep
met levende dieren levert dierziekten
en dierenleed
op.
Nederland exporteert dagelijks
bijna 1 miljoen stuks pluimvee en
per week 20.000 levende varkens
en 60.000 biggen. Per jaar verlaten
ongeveer 5,2 miljoen landbouwhuisdieren
levend
ons land. Alleen omdat slachten in
het buitenland goedkoper is en de
exportlanden er voorkeur aan geven
zelf te slachten. Van deze 5,2 miljoen
worden er 2 miljoen geslacht, de overigen
mogen hun 'leven' nog even voortzetten
in een fok- of mestbedrijf. |
| |
|
|
|
In- en uitvoer van levende dieren
uit Nederland in 2000
| |
In |
Uit |
Bestemming |
| varkens |
530.000 |
3.200.000 |
Duitsland en Italië |
| koeien |
98.000 |
56.000 |
Marokko, Algerije, Polen, de
Verenigde Arabische Emiraten |
| kalveren |
590.000 |
35.000 |
Italië, Frankrijk, Duitsland |
| schapen |
300.000 |
600.000 |
Frankrijk, Italië |
In 2002 heeft Nederland 346 miljoen
stuks levend pluimvee
uitgevoerd voor een waarde van 209
miljoen euro. In datzelfde jaar werden
404 miljoen stuks broedeieren van
pluimvee uitgevoerd met een waarde
van 74 miljoen euro. Jaarlijks wordt
200 miljard kg vlees geëxporteerd.
De laatste jaren is de export van
levend pluimvee flink toegenomen.
Ten opzichte van 1996 is het aantal
uitgevoerde stuks pluimvee zelfs verdubbeld.
Levend pluimvee wordt vooral naar
Duitsland en België
uitgevoerd. Bijna driekwart van het
uitgevoerde levend pluimvee was in
2002 voor de Duitse afzetmarkt bestemd.
Hierbij hoort een exportwaarde van
92 miljoen euro.
Een vijfde van de Nederlandse export
gaat naar België. Dit betekent
dat in 2002 bijna 70 miljoen stuks
levend pluimvee met een exportwaarde
van 63 miljoen euro naar België
is uitgevoerd.
In 2002 werden 404 miljoen stuks broedeieren
van pluimvee uitgevoerd met een waarde
van 74 miljoen euro. Ruim de helft
(52 procent) werd naar de EU geëxporteerd,
met Duitsland, België, Italië
en Oostenrijk als belangrijkste uitvoerlanden.
Naar Azië werd in 2002 bijna
20 procent van het totaal aantal broedeieren
uitgevoerd. Saudi-Arabië, Iran
en Koeweit zijn hier de belangrijkste
bestemmingen. |
|
|
|
Aandeel landbouw in de economie
neemt af
| |
Productie |
BNP |
Bedrijven |
Werknemers |
| |
in miljarden euro |
in % |
aantal |
aantal |
| 1950 |
1,6 |
13,0 |
315.000 |
536.000 |
| 1960 |
2,8 |
10,0 |
284.000 |
428.000 |
| 1970 |
5,4 |
6,0 |
185.000 |
299.000 |
| 1980 |
11,7 |
3,8 |
145.000 |
256.000 |
| 1990 |
16,3 |
3,7 |
125.000 |
192.000 |
| 2000 |
19.9 |
2,4 |
97.000 |
176.000 |
| 2005 |
18,6 |
1,6 |
79.000 |
182.000 |
| |
|
|
|
|
| Bron: Lei |
|
|
|
|
| |
|
|
Terwijl in ons land de inbreng van de landbouw afneemt, neemt de productie in de landbouw nog steeds tweederde van het landoppervlakte in, tegen wereldwijd 30%. Naast beslag op de ruimte in eigen land, gebruikt de Nederlandse intensieve veehouderij een veelvoud van de ruimte in Derde Wereldlanden voor de productie van veevoer.
Hoewel dat economisch minder oplevert, zou het om vele redenen een goede zaak zijn als een deel daarvan bestemd zou worden voor de Ecologische Hoofdstructuur. |
| |
|
|
Er zijn weinig
landen met een te grote veestapel
Wie mocht denken dat bijna ieder
land meer dieren produceert uit economisch
belang heeft het mis. Het zijn slechts
een beperkt aantal landen, die naast Nederland
overproduceren. Bekende voorbeelden
zijn de Verenigde Staten van Amerika
en Frankrijk.
Beide landen kennen dan ook vergelijkbare
schandalen op het gebied van veehouderij
en de vleesverwerkende industrie.
Voor een inzicht in de gang van zaken
in Amerika wordt verwezen naar een
boekbespreking
in Trouw. Voor Frankrijk willen we
wijzen op het
onzalige idee om gezonde varkens
te vernietigen om de vleesprijs te
verhogen. |
| |
|
|
Moreel
handelen moet op de politieke agenda
Deze negatieve spiraal is alleen te
doorbreken als Nederland fatsoenlijk
werken en handelen weer op de politieke
agenda plaatst. Nu is dit onderwerp
taboe, omdat fatsoen te gemakkelijk
geassocieerd wordt met fatsoensrakkers.
Dit waren in het verleden veelal kerkelijke
autoriteiten die het één
predikten en het tegenovergestelde deden.
Terecht heeft de Nederlandse samenleving
haar vrijheid op dit punt bevochten.
Vrijheid kan echter ook doorschieten
en dan regeert de dictatuur van de slechte
smaak en lage kwaliteit. Belangrijke
culturele uiting daarvan zijn McDonalds
en de barbecue. Het wachten is op politici
die voldoende lef hebben om moreel handelen
weer op de politieke agenda te zetten. |
 |
Oud-politici
Van Agt kwam op de proppen met het
"ethisch reveil". De aanjager
van de grootschaligheid in de veehouderij
en daarmee van de bio-industrie, de
heer Mansholt, heeft in zijn politieke
nadagen geprobeerd om het tij te keren.
Beiden stonden niet meer aan het politieke
roer en hun spijt kwam te laat en
eigenlijk waren ze ook niet geloofwaardig.
Morele
moed is aan de orde wanneer de politicus
onder economische druk staat en niet
achteraf.
Wat de gevolgen zijn voor de aantallen
in de diverse bedrijfstakken: varkens,
runderen en pluimvee hebben we beschreven
in een achtergrondartikel
"sluit de grenzen voor vlees
en zuivel". Zet een economie
rond om een veehouderij zoveel mogelijk
regionaal en ecologisch verantwoord
op.
Zie ook www.aanpakkendiehandel.nl |
| |
|
|
| Stelling bij Alle
Dieren Tellen Mee (AVRO hamvraag
zomer 2000):
Onze export
mag niet lijden onder diervriendelijke
vleesproductie.
Uitslagen van de peiling:
- Ja, onze economie is belangrijk
6%
- Dat vind ik wel erg kort door
de bocht 19%
- Pertinent mee oneens. We moeten
onze dieren op een beschaafde manier
behandelen 75%
|
|
Stelling 2
We kunnen alleen
op de wereldmarkt concurreren door
goedkope vleesproductie. Moeten we
dat doen?
Uitslagen van de peiling:
- Ja, onze economie is belangrijk
10%
- Niet zonder meer. Alleen als het
milieu en het welzijn van dieren
goed geregeld is 71%
- Nee, als we alleen naar de wereldmarkt
kijken, verwaarlozen we de zaken
in ons eigen land 19%
|
| |
|
|
| Meer over gerelateerde
onderwerpen via boeken te koop op bol.com: |
Vijf voor twaalf
Rischard, J.F. |
|
Eén wereld, ethiek in een tijd
van globalisering
Peter Singer |
|
| |
|
|
| Overzicht van alle artikelen op Animal
Freedom: |
|
|
|
|
|
|