|
De volgende oorzaken voor dier-onvriendelijk gedrag
kunnen worden gevonden (mail ons als je er meer weet):
- tradities, die heel oud kunnen zijn, zoals de
jacht en het ritueel
slachten
- ideologie,
zoals de notie dat de mens over de dieren mag en moet
heersen
- religie, bijvoorbeeld het Mithraisme
dat jaarlijks een stier offerde en in de Romeinse
tijd een geduchte concurrent was voor het Christendom,
die daarop besloot de beeltenis van de stier en de
duivel te vermengen. Het bloed van een stier zou zonden reinigend
werken
- onwetendheid, al of niet
opzettelijk
- onverschilligheid,
onmacht en ontkenning
- hooghartigheid:
een ander wezen niet als gelijke in rechten te willen
en durven zien
- economisch gewin,
al of niet tot het uiterste doorgedreven
- imago, "zie mij eens" sterker zijn dan
dieren (circus,
jacht en stierengevecht),
of met opvallende huisdieren
of door "mooi" willen zijn met mode, zoals
het dragen van bont.
Hoe mensen omgaan met dieren heeft te maken met hun
overtuigingen,
waarden, kennis en het belang dat zij hebben bij het
dier: financieel, sociaal en moreel. |
|
Hij noemt het verstand
en gebruikt het slechts
om beestachtiger
dan ieder beest te zijn.
Goethe
Volgens de Cock Buning, hoogleraar Dierproefvraagstukken,
is de status van
het dier geen aangeboren grootheid, maar sociaal
cultureel bepaald. De status kan worden toegekend en
ontnomen. De mens en zijn cultuur bepalen hoe hoog de
status is, waarbij de volgende factoren een rol spelen:
- een historische, culturele factor (bijvoorbeeld
"de heilige koe" in India)
- de persoonlijke
band met het dier (met een laboratoriumdier minder
dan met een huisdier)
- de kennis
die men van het dier heeft (door voorlichting kan
men de status verhogen)
- het (geringe) aantal
(zeldzaamheid, risico op uitsterven, bijvoorbeeld
de Pandabeer).
|